Voedselbos

The key to a free life is to stop consuming and start producing.
We are not consumers, we are creators.

Tom Hodgkinson

Het concept van een autonoom familiedomein die de bewoners voorziet in de belangrijkste basisbehoeften (onderdak, voeding, water, energie, verwarming, afvalbeheer,...) gaat terug tot voorouderlijke tijden toen ieder gezin in het dorp een eigen moestuin annex boomgaard had, brandhout sprokkelde in het nabijgelegen bos en water haalde aan de gemeenschappelijke drinkplek op de dorpsplaats. En op vele plaatsen in de wereld halen mensen nu nog altijd hun voedsel en kruidenmiddelen uit de eigen huistuin of volkstuin (bvb. in Rusland waar meer dan 35 miljoen families voedsel telen in hun dacha of moestuin). Met de komst van het industriŽle tijdperk en later het globalisme werd het invullen der basisbehoeften (vooral in de Westerse wereld) volledig overgenomen door de grote coŲperaties. Wat betreft voeding, huizenbouw, energie- en watervoorziening,...is de Westerse mens ondertussen volledig afhankelijk geworden van grote bedrijven, duur transport en de noodzaak om voortdurend (steeds meer) geld te verdienen door steeds langer en stressvoller te werken. Maar het zelfvoorzienend familiedomein kent nu een groeiende belangstelling dankzij onder meer de sterke en wereldwijde opkomst van permacultuur en het succes van de Anastasia boekenreeks (vooral in Rusland). Vele mensen nemen terug zelf verantwoordelijkheid voor de invulling van hun levensbehoeften en beginnen te tuinieren, leggen een moestuintje aan, plaatsen zonnepanelen, werken mee aan transitieprojecten, gaan ruilen en uitwisselen, bouwen een composttoilet, volgen een permacultuur cursus, enz. De bedoeling is evenwel niet om allemaal terug boer te worden en vele uren per dag bezig te zijn met voedsel te verbouwen. Het kan ook veel eenvoudiger zodat er voldoende tijd overblijft voor allerlei andere leuke bezigheden en recreatiemogelijkheden. De sleutel en de oplossing zijn...bostuinieren en permacultuur, waardoor men met weinig werk toch een overvloed aan voeding, brandhout, geneesmiddelen en ander opbrengsten krijgt, ja zelfs nieuwe waterbronnen op het terrein. Bostuinieren is niks anders dan de aanleg van een eetbare en volledig autonoom werkende voedseltuin door de principes en werkingen van een bos na te bootsen. Met andere woorden: laat moeder Aarde en de natuur ons tonen en leren hoe het moet. Een goed aangelegd voedselbos vraagt (na enkele jaren) slechts een tiental uren werk en onderhoud per week.

Bedenk eens wat kan gebeuren wanneer ieder gezin op Aarde 1 hectare grond krijgt waarop een eetbaar voedselbos en ecologisch huis(je) komt. We ruilen de zaden en planten met elkaar en helpen elkaar met het ontwerp, het toepassen van permacultuur principes en de grotere werken. Na enkele jaren produceert het voedselbos zoveel dat het gezin onmogelijk alles zelf kan opeten en verwerken. Dat is het begin van eeuwigdurende overvloed. De hectares worden groene paradijzen die organisch samensmelten tot ecodorpen. De vele voedselbossen zuiveren de lucht en het water en laten overal nieuwe bronnen ontspringen. Supermarkten verdwijnen want iedereen heeft voldoende biovoeding in de tuin. Voedseltransport verdwijnt, honger verdwijnt. Het voedselbos vraagt weinig werk en veel mensen focussen nu op het ontplooien van hun creativiteit en duurzame oplossingen zoals groene en vrije energie. Het bewustzijn der mensen richt zich dan niet langer op angst, tekort, geld en schulden maar steeds meer op overvloed, delen, samenwerking en liefde. Wat dan ontstaat is ongelofelijk: we verlaten het tijdperk van globalisme en coŲperaties, we boren ons enorm creatiepotentieel aan, we nemen onze kracht terug, we beslissen zelf over onze gezamenlijke toekomst en maken van deze wondermooie planeet een oase van vrijheid en geluk.

Onder meer aan de hand van het basiswerk van Dave Jacke en Eric Toensmeier (Edible Forest Gardens) en de cursus van Geoff Lawton volgt op deze pagina een eerste (beperkte) kennismaking met en introductie tot het bostuinieren en de aanleg van een voedselbos. Inzicht in de ecologie, de wisselwerkingen en de onderlinge relaties in een bos vormen de basis om een werkzaam voedselbos op te zetten en productief te houden. Deze pagina behandelt enkel de aanleg van een voedselbos bedoeld als kleinschalig, zelfvoorzienend familiedomein. Voor het bostuinieren als grootschalig landbouwsysteem (agroforestry) verwijs ik naar de website van bvb. Wervel en Martin Crawford. Een voedselbos steunt op enkele belangrijke peilers: eetbare, doorlevende en multifunctionele planten, permacultuur, polycultuur en de symbiose tussen planten- en dierenleven. Bostuinieren is zonder enige twijfel de ultieme oplossing om overvloed te creŽren en honger, bodemerosie en gif(landbouw) voorgoed uit te bannen. Voor wie zich terdege wil verdiepen in deze boeiende en uitgebreide wereld zijn er tal van mogelijkheden beschikbaar, zoals opleidingen, boeken en video's (zie bij bronnen & info). Raadpleeg ook de flora en permacultuur pagina's voor hulp bij het ontwerpen van een voedselbos. Ook wie te weinig afweet van permacultuur kan best eerst deze pagina lezen. Foto's in onderstaande tekst zijn klikbaar en worden dan vergroot.

Hoofdstukken:
De Theorie      De Peilers      Bijzondere Percelen      De Praktijk      Bronnen & Info

De Theorie

Forest gardening is about returning to a place of honoring our relationship and connection to Nature, of sacred partnership with the living planet we comprise,
and through these relationships reinventing and building whole connected thriving eco systems that sustain and regenerate all life.

Beschrijving - Wat - Waarom - Waar - Ecologie - Ontwerp - Permacultuur Principes - Praktische Overwegingen

Beschrijving

Stel jezelf een bos voor waar bijna alles om je heen eetbaar voedsel is. Grote volwassen fruit- en notenbomen hangen vol lekkere vruchten, zoet fruit en voedzame noten. Ze zorgen met hun bladerdek voor beschutting tegen wind en felle zon en brengen voedsel aan als hun herfstbladeren tot compost verteren. Overal hangen vruchten aan de vele takken, sommige al rijp en eetklaar, andere groeien nog even verder: appels, peren, kersen, pruimen, kaki, pecannoten, walnoten, kastanjes,...Verspreid in het bos groeien heesters, struiken en lage bomen die de gaten vullen in het bladerdak. Hun takken dragen frambozen, hazelnoten, tientallen soorten bessen en ook minder bekende vruchten, bloemen en noten die op verschillende tijdstippen van het jaar oogstklaar zijn. Een ruime selectie inheemse wilde bloemen, eetbare planten, kruiden en meerjarige groenten bedekken de bodem. Heel veel van deze planten dienen als voedsel of geneesmiddel. Sommige planten lokken nuttige insecten, vogels en vlinders. Andere fungeren als bodemverbeteraars die vruchtbare aarde creŽren of als bodembedekkers die het onkruid geen kans geven. Hier en daar slingeren met fruit behangen klimplanten hun ranken langs bomen en struiken. We herkennen winterharde kiwi's, druiven en passiebloem fruit. Op open plekken in het bos, waar meer zon is, groeien aardperen, Indiaanse aardappels, oerprei, wilde komkommer en vele andere vergeten groenten. Overal zijn bloemen zichtbaar in alle kleuren van de regenboog, een feest voor bijen en andere nuttige insecten. In de grond zitten eetbare bollen en knollen die de grond luchtig houden en ideaal wintervoedsel zijn. Dit is ongeveer hoe een eetbaar voedselbos er kan uitzien.
De naam voedselbos kan wat misleidend zijn omdat men de term wellicht associeert met een dichtbegroeid woud vol hoge bomen en veel schaduw. Maar veel voedselbossen lijken meer op een gevarieerd savanne-achtig landschap met open plaatsen, struiken, groepjes bomen en allerlei percelen en biotoopjes.

Wat is bostuinieren?

Bostuinieren is de kunst en de wetenschap om allerlei (vooral eetbare en nuttige) planten samen zetten en te combineren tot biotopen en in patronen die een natuurlijk bos of woud nabootsen, waardoor wederzijds voordelige relaties ontstaan tussen de planten en op die manier een krachtig ecotuinsysteem gecreŽerd wordt dat meer is dan som der delen en ook zichzelf in stand kan houden. Hoofdprincipes zijn onder meer het toepassen van polyculturen (ipv monoculturen) en het planten in gilden en verschillende lagen (zie verder). In het voedselbos groeien wilde eetbare planten, fruit, noten, groenten, kruiden, wortels, paddestoelen en andere nuttige gewassen. En de insecten, dieren en planten leven er samen, net als in natuurlijke ecosystemen, zoals bossen. Wanneer het voedselbos met zorg en kennis ontworpen wordt, dan zal er na verloop van tijd een mooie en gevarieerde eetbare tuin ontstaan die een hoge opbrengst levert en grotendeels zelf onderhoudend is. Veel tuiniers werken hard om hun moestuinen te beheren en ongewenste planten weg te houden. Ze zijn dagelijks bezig met wieden, maaien, ploegen, zaaien, planten, spuiten, bemesten,... om de natuur in te tomen, de grond klaar te maken en wildgroei en plagen te vermijden. Dat kost veel werk, tijd en geld gewoon om tegen het natuurlijke ritme in te gaan. Het is veel logischer om samen te werken met de natuur en we kunnen haar neiging om vanzelf bomen en allerlei gewassen te laten groeien in ons voordeel gebruiken. Door het nabootsen van structuren en functies van ecosystemen zoals bossen, wordt het mogelijk ons te laten helpen door de kracht en de rijkdom der natuur.

Wat is een voedselbos NIET? Verschillende rijen bomen naast elkaar planten is geen voedselbos maar een boomgaard. Ook een boomgaard met verschillende planten onder de bomen is nog geen voedselbos. De natuur toont hoe het wel moet. Duurzame systemen overleven dankzij de wisselwerking en uitwisseling tussen alle planten en bewoners van een plek. Een bos is een zelfvoorzienend systeem welke geen externe (menselijke) hulp behoeft om duizenden jaren te leven, te produceren en te groeien. Door het nabootsen van een bosomgeving gevuld met eetbare planten, creŽren we een gelijkaardig levend en autonoom systeem. De natuur doet dan al het werk voor ons! Waarom zou je de grond bewerken met zware en dure machines als de beste experts op het vlak van bodemverbetering al in de grond leven en werken, namelijk de regenwormen. Waarom zou je nog (chemisch) bemesten als de juiste planten en de afgevallen bladeren en geknotte takken alle nodige voedingsstoffen kunnen leveren. Waarom zou je nog giftige pesticiden en herbiciden gebruiken als bepaalde planten, insecten en dieren de schadelijke indringers en plagen opruimen. Waarom zou je nog ploegen en spitten als kippen kunnen ingezet worden die de grond losmaken en omwoelen terwijl ze ondertussen de larven opruimen en de pestcyclussen doorbreken. Bostuinieren is de natuur inschakelen om al het werk te laten doen door een uitgekiende strategie van observatie, nabootsing en juiste plantselectie. Bostuinieren is holistisch en driedimensionaal tuinieren. Een degelijke kennis van permacultuur is alvast een goede basis om een voedselbos aan te leggen.

Waarom bostuinieren?

Niettegenstaande elke bostuinier een eigen, uniek ontwerpplan en doel heeft, toch beoogt bostuinieren in het algemeen drie primaire doelen:

Deze drie doelstellingen versterken elkaar wederzijds. Bijvoorbeeld: het samenbrengen van diverse gewassen maakt het makkelijker om een gezond, zichzelf in stand houdend ecosysteem te ontwerpen. En een gezonde tuin vraagt minder onderhoud. Echter, bostuinieren heeft ook hogere doelen.
Zoals Masanobu Fukuoka ooit zei: 'Het uiteindelijke doel van de landbouw is niet het telen van gewassen, maar de ontwikkeling en vervolmaking van de mens.' Hoe we tuinieren, weerspiegelt ons wereldbeeld. Het uiteindelijke doel van bostuinieren ligt niet alleen in de teelt van gewassen, maar in de ontwikkeling en ontdekking van nieuwe manieren van kijken, denken en handelen in de wereld. Bostuinieren schenkt ons een diepgewortelde, instinctieve ervaring van ecologie in actie; leert ons hoe de planeet Aarde werkt en verandert onze zelfbeleving. Bostuinieren helpt ons om onze rechtmatige plaats in te nemen als onderdeel van de natuur en leert ons om met haar samen te werken, in plaats van in te grijpen (als buitenstaander) in de natuurlijke wereld en de natuur te domineren.

Enkele voordelen van een voedselbos:

Enkele mogelijke nadelen of bedenkingen:

Waar bostuinieren?

Iedereen met een stuk land kan bostuinieren en een voedselbos aanplanten. Dit kan zowel in kleine stadstuintjes, grote villatuinen, op braakliggende kavels, op verwaarloosde dijken, in grote parken of op akkers en boerderijen. De oppervlakte kan variŽren van klein (100 m2 of kleiner) tot enkele hectares. Er zijn bostuiniers die succes boeken op grote hoogtes (2000 meter), in zilte kustgebieden of in koude regio's. In tropische gebieden kent bostuinieren ondertussen een lange geschiedenis van 1500 jaar en is er veel praktische kennis voorhanden. Een voedselbos kan eigenlijk in bijna elke klimaatzone opgezet worden, toch is het wat makkelijker in regio's waar de inheemse vegetatie van nature (loof)bossen en wouden zijn.
Bostuinieren is niet noodzakelijkerwijs tuinieren in het bos, maar wel tuinieren als het bos. Het is ook niet nodig een reeds bestaand bos te hebben om te kunnen beginnen, maar het is wel mogelijk om een bestaand bos om te vormen tot een voedselbos. Bostuiniers gebruiken het bos als een ontwerp metafoor, als een basismodel die de structuur en de functie van een bos tonen, wat dan door nabootsing en door het aanbrengen van aanpassingen en verbeteringen tot een voedselbos uitgroeit en in allerlei menselijke behoeften voorziet. Bostuinieren kan ook op schaduwrijke plaatsen, maar de beste resultaten en hoogste opbrengsten komen als er ook voldoende zonlicht is. Bostuinieren verruimt onze visie over wat allemaal mogelijk is om succesvol en makkelijk voedsel te telen en leert ons dat monocultuur, gemechaniseerde akkerbouw en olie- afhankelijke landbouw helemaal niet nodig (en zelfs desastreus en onproductief) zijn.


Voedselbos

Forest gardening (Robert Hart)

Ecologie

Bij het bostuinieren bootsen we dus de structuur en functie na van ecosystemen zoals bossen en wouden. Door dit te doen creŽren we een gezond en zichzelf onderhoudend ecosysteem wat hoge en gevarieerde opbrengsten levert. Het is daarom essentieel om de ecologie en de werking van een bos te begrijpen zodat een succesvol ontwerp kan gemaakt worden. Vier aspecten zijn daarbij van belang: de architectuur van het bos, de sociale structuur, de ondergrond en de evolutie (veranderingen in de tijd).

Ontwerp

Eenvoudig gesteld betekent het ontwerpen van een bostuin: het kiezen van de juiste planten en die op het juiste moment op de juiste locaties zetten. Deze schijnbaar eenvoudige handelingen vragen toch het nodige inzicht en voldoende kennis en informatie wil men een gezonde en duurzame bostuin ontwerpen. De eerste 2 stappen zijn het bepalen wat de bedoeling precies is met de tuin en ten tweede de uitgekozen plaats observeren, inventariseren en inschatten. Daarna kunnen planten, ontwerppatronen en ecologische/permacultuur principes uitgekozen en gecombineerd worden zodanig dat de vooropgestelde doelen bereikt worden en de tuin een coherent geheel vormt. De uitdaging ligt erin om alle beschikbare elementen zo te schikken dat er een dynamisch ecosysteem ontstaat waar de ideale omstandigheden aanwezig zijn voor hoge opbrengsten, duurzame zelfhandhaving en maximale gezondheid van het bos. Bij het ontwerp kunnen allerlei modellen en kringlopen uit natuurlijke bos- en ecosystemen nagebootst worden, maar het kan ook aangewezen zijn om eigen patronen en systemen te ontwerpen die de specifieke vereisten van uw bostuin helpen oplossen.
Het ontwerp van de bostuin wordt best eerst op papier uitgewerkt, zodat eventuele fouten nog gecorrigeerd kunnen worden voordat er planten in de grond gaan. Zorg in ieder geval voor voldoende plantafstand. De meest voorkomende fout die bostuiniers maken, is de bomen en planten te dicht bij elkaar zetten. Dit komt omdat de jonge boompjes en zaailingen klein zijn en dus weinig plaats innemen en we de neiging hebben het terrein vol te zetten. Maar bomen en planten groeien en zullen steeds meer plaats innemen in de loop der jaren. Ook dit is successie. Bij het ontwerp houden we dan ook rekening met hoe het terrein er volgend jaar, binnen 5 jaar, binnen 10 en 20 jaar uitziet. Een jonge notelaar neemt niet zoveel ruimte in beslag maar 15 jaar later is het wel een boom van 30 meter hoog die veel schaduw brengt.

Permacultuur Principes

Een voedselbos en het bostuinieren maken deel uit en zijn een verlengde van permacultuur, de ontwerptechniek die de natuur nabootst om duurzame ecosystemen te creŽren. Meer nog, een voedselbos is het ultieme permacultuur ontwerp en de natte droom van vele permacultuur fans. Het spreekt dus voor zich dat de principes uit de permacultuur ook van toepassing zijn op het voedselbos. Daarom volgt hier nog een korte samenvatting. Deze onderstaande ethische en praktische principes zijn de kern en inspiratiebron bij alles wat we doen.
De ordening die we willen implementeren op het terrein zijn de 3 basisprincipes uit de permacultuur: zorg dragen voor de aarde, zorg dragen voor de mensen en de overvloed delen. Dit zijn onze ethische hoofdpeilers en streefdoelen tijdens het hele creatieproces.

Vele jaren permacultuur praktijkervaring hebben daarnaast verschillende principes duidelijk gemaakt die we als leidraad kunnen gebruiken bij het ontwerp en management van het bos. Bill Mollison beschreef er 5 in zijn baanbrekende boek uit 1988: ' Permaculture, a Designers' Manual'.

In 2002 kwam David Holmgren dan met de 12 principes die nog altijd de basis van permacultuur vormen. Bestudeer deze principes intensief en pas ze overal toe.

Praktische overwegingen

Een degelijke observatie en voorbereiding van de site is een essentiŽle stap bij het planten van een bostuin. Een grondige analyse en beoordeling vooraf, zal helpen bij het begrijpen van de site en bij het inschatten van de eventuele beperkingen en voordelen, zodat aanpassingen en veranderingen (later) vlot het gewenste resultaat zullen brengen. Bodemverdichting, bijvoorbeeld, komt zeer vaak voor, niet enkel in steden en voorsteden, maar ook in landelijke gebieden, en het zorgt voor beperkte wortelgroei, beperkte waterbewegingen in de bodem en een lagere gezondheid der bodemorganismen. Bodemverdichting kan aangepakt worden door te spitten, te ploegen, radiale greppels te graven, diepwortelende planten te zetten, opgehoogde bedden te maken en voortdurend te mulchen waardoor de toplaag luchtig en licht wordt. Andere veel voorkomende uitdagingen die tijdens de voorbereiding van de site opduiken, zijn: een slechte bodemtextuur, ondiepe grond (weinig aarde), strooizout en hardnekkig onkruid.
Even belangrijk is de selectie van krachtige en gezonde planten die de bostuin komen verrijken. Veel planten in tuincentra zijn meerdere keren verplant en verplaatst waardoor de wortels beschadigd zijn en de plant in stress verkeert of zelfs voortijdig zal sterven. Onderzoek de planten voor de aankoop grondig en zoek die exemplaren die een gezond en intact wortelstelsel bezitten.
Ook het plantgat is belangrijk. Soms zijn de randen van het plantgat glad en ondoordringbaar geworden door de spadesteken. Dit belemmert de wortelgroei en het plantgat zal dan als een waterreservoir werken waardoor de planten te nat staan. Met een spitvork kan men de wanden breken zodat wortels en water vrije doorgang hebben. Bij het verplanten zijn verder ook een juiste plantdiepte, een goede mulchdiepte en effectieve sheetmulch technieken van belang. Volop mulchen in de bostuin zal op lange termijn trouwens een vruchtbare bodem en gezonde planten leveren.
Zodra alle planten in de grond zitten, begint de langste en meest bevredigende fase van het bostuinieren: het management, de oogst en de samenwerking. Een moeilijke opdracht gedurende deze fase is om te leren minder te doen en het systeem voor zichzelf te laten zorgen, maar ook weten wanneer en hoe je wťl moet ingrijpen. Wanneer we onszelf en onze tuinen observeren doorheen de dans der seizoenen, jaar na jaar, dan leren we de meest effectieve methoden om de evolutie van een bostuin te begeleiden. We leren steeds meer verrukkelijke gewassen te selecteren en telen, voor alle niches en biotopen van de tuin. We beginnen het volledige potentieel van bostuinieren te begrijpen, namelijk het voedselbos als een ideaal instrument voor culturele en persoonlijke evolutie welke een hoge kans biedt op overleving in een post-olieafhankelijke wereld.
Goede informatie over planten, dieren en paddenstoelen en hun ecologische kenmerken is essentieel bij het ontwerpen van een succesvolle bostuin. Bij planten omvat deze informatie: de grootte van de plant, haar vorm, eigenschappen, functies, behoeften, voorkeuren, haar wortelstelsel, hardheid en inheemse habitat. Ook informatie over nuttige dieren zoals insecten, kikkers, padden, salamanders en vogels is van cruciaal belang. Op de florapagina staat alvast nuttige informatie over meer dan 750 planten.


Kruidenspiraal

Uitvoering van de werken

De Peilers

A forest garden is the most high yield, low maintenance, most sustainable form of agriculture available to humanity.
Incorporating knowledge from the fields of permaculture, agriculture, ecology, biology and other natural sciences
into a holistic set of evolving tools and techniques, edible forest gardening is one of humanityís greatest hopes for a stable and prosperous future.

David Jacke

Tien belangrijke peilers en technieken om een voedselbos te creŽren.

Het ontwerp - Plantenlijsten - De gilden - De zeven lagen - De zones - De planten - De bodem - Het water - De aardewerken - De dieren

Het ontwerp

Wellicht de belangrijkste stap bij de creatie van een voedselbos is het maken van een goed en degelijk ontwerp. Een slecht of verkeerd aangelegd voedselbos zal uiteindelijk niet in staat zijn autonoom te functioneren en ook niet de gewenste opbrengsten leveren. Deze fouten kunnen vermeden worden door vooraf een doordacht plan op te maken en het hele ontwerpproces te doorlopen. Hoe groter het terrein, hoe belangrijker het ontwerp, maar ook bij de aanleg van een kleine huistuin kan je door een juist ontwerp veel problemen vermijden. Een autonoom werkend en vruchtbaar voedselbos ontwerpen, waar de vele planten en dieren in symbiose met elkaar leven, vraagt veel kennis en inzicht. Twee manieren om die kennis te verwerven, zijn ofwel een Permaculture Design Course volgen bij gerenommeerde leraren zoals Geoff Lawton, Bill Mollison, David Holmgren, Sepp Holzer,...ofwel zelfstudie via internet, boeken en video's (zie bij bronnen en info), ofwel een combinatie van beide. Aan de hand van een hele reeks vragen zijn hier alvast enkele tips en suggesties samengebracht. Het ontwerpproces is heel verhelderend en leuk om te doen en een kans om veel bij te leren door het opzoekwerk wat nodig is.

Plantenlijsten

Hier is een voorbeeld van 2 lijsten van mogelijke planten om een voedselbos te creŽren en die vooraf kunnen opgemaakt worden (deze zijn voor een gematigd klimaat). Iedere lijst zal erg persoonlijk zijn en afhankelijk van de eigen voorkeuren, beschikbaar budget, doelstellingen, klimaatzone, grondsoort,... Hier is bvb. een andere mogelijke lijst: temperate climate plant index. In een volwaardig voedselbos staan al snel meer als 1000 verschillende soorten, een diversiteit die stap voor stap kan opgebouwd worden, bvb. als tienjarenplan. Mijn eigen (onvolledige) startlijst hieronder bevat bvb. tal van kleinfruit omdat dit (naast allerlei groenten en wilde planten) mijn lievelingsvoedsel is. Nog andere specifieke lijsten kunnen opgemaakt worden, zoals de planten voor de groentecirkel of de kruidentuin (keuken en medicinaal). Deze zijn niet opgenomen in onderstaande lijst. Er is een flink budget nodig om al deze planten aan te kopen. De truc is om te ruilen, zoveel mogelijk uit zaad op te kweken (wat veel goedkoper is) en de planten die je reeds hebt telkens te vermeerderen (stekken, enten, zaaien). Na een tijdje heb je veel extra plantgoed wat je dan kan ruilen of verkopen.

Uitleg bij de fruitbomen lijst.

Enkele richtprijzen in euro voor particuliere aankoop van ecologisch geteeld plantgoed (2013): appel/peer/pruim hoogstam: 21 Ä - middenstam: 13 Ä- laagstam: 8 Ä; walnoot veredeld: 50 Ä - walnoot zaailing: 21 Ä; hazelaar: 4 Ä; bessen: tussen 1 Ä en 6 Ä per plant; druif: 6 Ä; kiwi: 8 Ä.

Onderstaande eerste lijst bevat de variŽteiten van enkele fruitbomen en struiken en hun oogsttijd (wat handig is om de opbrengsten te spreiden).

VariŽteit
RGF
Vorm
Z
Oogsttijd
Appel - Transparente de Croncels - LS/MS/HS Z 1 sep
Appel - Reinette …toilťe - LS/MS/HS - 5 sep
Appel - Gravenstein - LS/MS/HS - 5 sep
Appel - Jacques Lebel ENR LS/MS/HS Z 5 sep
Appel - Trezeke Meyers - MS/HS - 15 sep
Appel - Reinette de France ENR LS/MS/HS - 5 okt
Appel - Eysdener Klumpke - MS/HS - 15 okt
Appel - Colapuis ENR LS/MS/HS - 15 okt
Appel - President van Dievoet RGF-ENR LS/MS/HS - 30 okt
Peer - Prťcoce Henin RGF LS/MS/HS - 15 aug
Peer - Bon Chrťtien Williams - LS/MS/HS Z 1 sep
Peer - Seigneur Esperen - LS/MS/HS Z 10 sep
Peer - Lťgipont - MS/HS Z 15 sep
Peer - Alexandrine Douillard - LS/MS/HS - 30 sep
Peer - Saint-Remy - LS/MS/HS Z 15 okt
Peer - Josťphine de Malines - LS/MS/HS - 15 okt
Pruim - Reine Claude sanguine de Wismes ENR LS/MS - 30 juli
Pruim - Reine Claude d'Oullins - LS/MS/HS Z 5 aug
Pruim - Belle de Thuin RGF LS/MS/HS - 20 aug
Pruim - Jubileum - LS/MS/HS Z 30 aug
Pruim - Excalibur - LS - 10 sep
Pruim - Prune de Prince RGF LS/MS/HS Z 25 sep
Perzik - Fertile de Septembre RGF LS/MS/HS Z 20 sep
VariŽteit
RGF
Vorm
Z
Oogsttijd
Amandel - Robijn - Lage boom - 1 sep - 31 okt
Amandel - Ferragnes - Lage boom - 1 sep - 31 okt
Amandel - Stephane - Lage boom - 1 sep - 31 okt
Kers Rood - Bigarreau de MťzŤle ENR HS - 15 juni
Kers Rood - Kordia - LS/MS/HS - 7 juli
Kers Rood - Schneiders Spšte Knorpelkirsche - LS/MS/HS - 10 juli
Kers Geel - Gascogne tardive de Seninghem ENR HS - 15 juli
Aalbes Wit - Witte Hollander - Stam Z 20 juli
Aalbes Zwart - Titania - Stam/Struik Z 30 juli
Aalbes Rood - Rovada - Struik Z 1 aug
Stekelbes Rood - Worcester - Struik Z 15 juli
Stekelbes Rood - Hinnonmaki Rod - Struik Z 30 juli
Stekelbes Geel - Invicta - Stam/Struik Z 15 juli
Framboos Rood - Tulameen - Struik Z 10-25 juli
Framboos Rood - Autumn Bliss - Struik Z 1 aug - 30 sep
Framboos Geel - Golden Everest - Struik Z 10- 20 juli
Framboos Geel - Allgold - Struik Z 1 aug - 30 sep
Framboos Zwart - Black Jewel - Klimmer Z 20 juli - 20 aug
Druif Groen - Phoenix - Klimmer Z 15 sep
Druif Blauw - Dornfelder - Klimmer Z 30 sep
Blauwe Bes - Duke - Struik - 1 - 25 juli
Blauwe Bes - Brigitta Blue - Struik - 10 juli - 10 aug
Blauwe Bes - Elliot - Struik - 10 aug - 25 sep

De tweede lijst bevat een selectie planten voor het voedselbos ingedeeld volgens de verschillende lagen.
Legende bij de lijst.

LATIJNSE NAAM
NAAM
FAMILIE
EETBAAR
MEDICINAAL
LD
B & H
WH
GC
LS
PL
EXTRA FUNCTIES
HOGE BOMEN
Acer saccharum Suikeresdoorn esdoornfamilie blad, sap, zaad, binnenschors (4) vast 30/12 hoge boom zoetmiddel, brandstof,...
Alnus glutinosa Els berkenfamilie vast 25/10 hoge boom Kelten (m4), steenkool, insecticide...
Arbutus unedo Aardbeiboom heidefamilie vrucht (4) vast 9/8 struik hout,...
Betula pendula Berk berkenfamilie blad, bloem, schors, sap (3) vast 20/10 hoge boom Kelten (m1), hout, thee, steenkool, vezels,...
Castanea sativa Tamme kastanje napjesdragersfamilie zaad (5) vast 30/15 hoge boom Kelten, hout, brandstof, mandenvlechten,...
Diospyros virginiana Westerse persimoen duindoornfamilie vrucht (5) vast 20 hoge boom hout, thee, olie
Fagus sylvatica Beuk napjesdragerfamilie blad, zaad (4) vast 30/15 hoge boom Kelten, hout, steenkool, olie,...
Ginkgo biloba Japanse notenboom ginkgofamilie zaad (5) vast 30/9 hoge boom hout, olie, zeep
Gleditsia triacanthos Valse Christusdoorn vlinderbloemfamilie zaad, zaadpeul (3) vast 20/15 hoge boom drank, bodemherstel,...
Juglans ailanthifolia cordiformis Hartnoot okkernootfamilie blad, zaad, olie (4) vast 20/15 hoge boom kleurstof bruin, herbicide,...
Juglans nigra Zwarte noot okkernootfamilie zaad, sap, olie (3) vast 30/20 hoge boom kleurstof bruin, compost, insecticide,...
Juglans regia Walnoot okkernootfamilie zaad, sap (5) vast 20/20 hoge boom hout, kleurstof, olie, herbicide,...
Pinus pinea Parasolden dennenfamilie zaad (4) vast 10/10 hoge boom hars, herbicide, hout,...
Prunus serotina Amerikaanse vogelkers rozenfamilie vrucht, zaad (4) vast 18/8 hoge boom kleurstof groen, (meubel)hout
Salix alba Schietwilg wilgenfamilie blad, binnenschors (1) vast 25/10 hoge boom Kelten (m5), hout, vlechtwerk, houtskool,...
Sorbus aria Meelbes rozenfamilie vrucht (3) vast 12/8 hoge boom pionier, hout,...
Sorbus domestica Peerlijsterbes rozenfamilie vrucht (5) vast 15 hoge boom hout
Sorbus torminalis Elsbes rozenfamilie vrucht (4) vast 20 hoge boom hout
Quercus ilex Steeneik napjesdragerfamilie zaad (5) vast 25/20 hoge boom hout, haag, brandstof,...
Tilia cordata Linde lindefamilie blad, bloem, sap (5) vast 35/15 hoge boom Kelten, thee, hout, vezels, brandstof,...
LAGE BOMEN
Amelanchier alnifolia Krentenboompje rozenfamilie vrucht (5) vast 4/3 lage boom thee, werktuigen
Asimina trilobaPawpaw annonaceae vrucht (4) vast 4,5/4 lage boom kleurstof geel, vezels, hout
Cercis occidentalis Netelboom iepenfamilie bloem, zaad, zaadpeul (3) vast 4,5 lage boom
Cornus kousa Japanse kornoelje kornoeljefamilie vrucht, blad (5) vast 10/6 lage boom hout
Cornus kousa chinensis Chinese kornoelje kornoeljefamilie vrucht, blad (5) vast 10/6 lage boom hout
Cornus mas Gele kornoelje kornoeljefamilie vrucht (4) vast 5/5 lage boom kleurstof, haag, olie, hout
Corylus avellana Hazelaar berkenfamilie zaad (5) vast 6/3 lage boom Kelten (m9), hout, haag, olie, mandenvlechten,...
Corylus maxima Rode hazelaar berkenfamilie vrucht (5) vast 6/5 lage boom hout, haag, olie, mandenvlechten,...
Crataegus monogyna Meidoorn rozenfamilie blad, bloem, vrucht (3) vast 6/6 lage boom Kelten (m6), hout, haag,...
Cydonia oblonga Kweepeer rozenfamilie vrucht, bloem (3) vast 7,5/7 lage boom pectine
Ficus carica Vijg moerbeifamilie vrucht (4) vast 6/6 lage boom
Hamamelis virginiana Toverhazelaar toverhazelaarfamilie zaad (1) vast 5/5 lage boom thee, hout, cosmetica,...
Mespilus germanica Mispel rozenfamilie vrucht (4) vast 6/6 lage boom hout
Morus nigra Zwarte moerbei moerbeifamilie vrucht (5) vast 10/15 lage boom kleurstof violet, vezels, hout
Phyllostachys aurea Bamboe grassenfamilie zaad, stengel (5) vast 6/6 lage boom hout, papier, vlechtwerk,...
Prunus armeniaca Abrikoos rozenfamilie vrucht, zaad (3) vast 9/6 lage boom kleurstof groen, olie, hout,...
Prunus cerasifera Kerspruim rozenfamilie vrucht (4) vast 9/9 lage boom kleurstof groen, haag, onderstam voor enten
Prunus dulcis Amandel rozenfamilie zaad (5) vast 6/6 lage boom hout, kleurstof, gom, cosmetica,...
Prunus insititia Mirabel rozenfamilie vrucht, zaad (5) vast 6/5 lage boom kleurstof groen, haag
Rhus glabra Fluweelboom anacardiaceae vrucht, wortel, stam (4) vast 3/3 lage boom kleurstof, haag, hout, olie,...
Sorbus aucuparia Lijsterbes rozenfamilie vrucht, blad, olie (2) vast 15/7 lage boom thee, cosmetica, olie,...
Viburnum lentago Schapenbes muskuskruidfamilie vrucht (4) vast 9/5 lage boom haag, hout
Ziziphus jujuba Chinese dadel wegedoornfamilie vrucht, blad (4) vast 10/7 lage boom haag, hout, brandstof
STRUIKEN & OMHEININGEN
Aronia melanocarpa Appelbes rozenfamilie vrucht (3) vast 2,5/3 struik pectine
Berberis vulgaris Zuurbes berberisfamilie vrucht, blad (3) vast 3/2 struik kleurstof, haag, hout
Caragana arborescens Erwtenstruik vlinderbloemfamilie zaad, zaaddoos, olie (5) vast 6/4 struik haag, kleurstof blauw, vezels
Chaenomeles cathayensis Dwergkwee rozenfamilie vrucht (4) vast 3/3 struik
Cytisus scoparius Gele brem vlinderbloemfamilie bloem (1) vast 2,4/1 struik vlechtwerk, kleurstof, grondverbetering,...
Elaeagnus multiflora Olijfwilg duindoornfamilie vrucht, zaad (5) vast 3/2 struik haag, onderstam voor enten, stikstofbinder,...
Gaultheria procumbens Bergthee heidefamilie vrucht, blad (4) vast 0,2/1 struik thee, essentiŽle olie
Gaultheria shallon Shallon heidefamilie vrucht (5) vast 1,2/1 struik kleurstof purper
Hippophae rhamnoides Duindoorn duindoornfamilie vrucht (5) vast 6/2,5 struik haag, hout, brandstof, vitamine C,...
Hovenia dulcis Japanse krentenboom wegedoornfamilie vrucht (3) vast 10/7 struik (meubel)hout
Lavandula angustifolia Lavendel lipbloemfamilie blad, bloem (2) vast 1,2/1 struik essentiŽle olie, cosmetica, potpourri,...
Lonicera caerula Honingbes kamperfoeliefamilie vrucht (3) vast 2 struik
Lycium barbarum Gojibes nachtschadefamilie vrucht, blad (4) vast 2,5/4 struik haag
Ribes aureum Gele ribes ribesfamilie vrucht, bloem (4) vast 2,4 struik
Ribes culverwellii Jostabes ribesfamilie vrucht (5) vast 1,8 struik
Ribes uva-crispa Kruisbes ribesfamilie vrucht, blad (5) vast 1,2/1 struik haag, cosmetica
Ribes divaricatum Worcesterbes ribesfamilie vrucht (5) vast 2,7 struik
Ribes nigrum Zwarte bes ribesfamilie vrucht, blad (5) vast 1,8 struik kleurstof, cosmetica, vitamine C
Ribes odoratum Crandallbes ribesfamilie vrucht, blad (4) vast 2,5/2,5 struik vitamine C
Ribes rubrum Aalbes ribesfamilie vrucht (4) vast 1,2 struik kleurstof geel, cosmetica
Rosa canina Hondsroos rozenfamilie bloem, vrucht, zaad (3) vast 3/3 struik haag, vitamine c, thee
Rosa rubiginosa Egelantier rozenfamilie bloem, fruit, zaad, stam (2) vast 2,5/2,5 struik haag, vitamine c, thee
Rosa rugosa Bottelroos rozenfamilie bloem, vrucht, zaad, stam (5) vast 2/2 struik haag, vitamine c, thee
Rubus chamaemorus Kruipbraam rozenfamilie vrucht (4) vast 0,3/1 struik kleurstof blauw
Rubus idaeus Framboos rozenfamilie vrucht, wortel, stengel (5) vast 2/1,5 struik thee, kleurstof, cosmetica, papier
Rubus parviflorus Sierbraam rozenfamilie bloem, vrucht, stam (3) vast 2,5/2 struikkleurstof, zeep,...
Rubus procerus Himalaya braambes rozenfamilie vrucht (5) vast 10 struik kleurstof
Rubus spectabilis Prachtframboos rozenfamilie vrucht, bloem, stam (3) vast 1,8/1 struik kleurstof blauw,...
Ulex europaeus Gaspeldoorn vlinderbloemfamilie bloem (1) vast 1,5/1,5 struik stikstofbinder, groenbemester, insecticide,...
Vaccinium angustifolium Blauwe bes heidefamilie vrucht (3) vast 0,2 struik thee
Vaccinium macrocarpon Cranberry heidefamilie vrucht (3) vast 0,2/2 struik bodembedekker
Vaccinium myrtillus Blauwe bosbes heidefamilie vrucht (4) vast 0,2/0,3 struik thee, kleurstof groen, inkt
Viburnum opulus Gelderse roos muskuskruidfamilie fruit (3) vast 5/5 struik kleurstof rood, hout, inkt
KRUIDLAAG
Achillea millefolium Duizendblad composietenfamilie blad (3) vast 0,6/0,6 kruidlaag thee, compost, cosmetica, kleurstof...
Agastache foeniculum Anijsplant lipbloemfamilie blad, bloem (5) vast 0,4/0,9 kruidlaag thee
Alliaria petiolata Look zonder look kruisbloemfamilie blad, bloem, zaadpeul (3) tweejarig 0,4/1 kruidlaag kleurstof geel
Allium ampeloprasum Oerprei lookfamilie blad, bloem, knol (5) bolgewas 1,8/0,1 kruidlaag insectenwerend
Allium cepa proliferum Sint Jansui lookfamilie blad, knol (5) bolgewas 0,5/1,2 kruidlaag insectenwerend, kleurstof bruingeel, cosmetica
Allium schoenoprasum Bieslook lookfamilie blad, bloem, knol (5) bolgewas 0,3/0,3 kruidlaag insectenwerend, fungicide
Allium ursinum Daslook lookfamilie blad, bloem, knol (5) bolgewas 0,3/0,3 kruidlaag insectenwerend, desinfecterend
Althaea officinalis Heemst kaasjeskruidfamilie blad, wortel (5) vast 0,8/1,2 kruidlaag tandenborstel, lijm, vezels
Amaranthus blitum Amarant amarantenfamilie blad, zaad (4) eenjarig 1 kruidlaag kleurstoffen
Armoracia rusticana Mierikswortel kruisbloemfamilie blad, wortel, zaad (3) vast 1 knolgewas insectenwerend, fungicide, antibioticum
Artemisia absinthium Absintalsem composietfamilie vast 1/0,6 kruidlaag insecticide
Asparagus officinalis Asperge aspergefamilie stam (4) vast 1,5/0,8 kruidlaag insecticide
Atriplex hortensis Tuinmelde amarantenfamilie blad, zaad (4) eenjarig 0,3/1,8 kruidlaag kleurstof blauw, biomassa
Borago officinalis Bernagie ruwbladigenfamilie blad, bloem (3) eenjarig 0,6/0,3 kruidlaag kleurstof blauw, olie, insectenwerend
Brassica o.b. aparagoides Nine Star Broccoli kruisbloemfamilie vrucht, bloem (4) vast 0,8 kruidlaag
Brassica oleracea ramosa Eeuwige moes kruisbloemfamilie blad (4) vast 0,9 kruidlaag
Bunias orientalis Grote hardvrucht kruisbloemfamilie blad, bloem (4) vast 0,9/0,5 kruidlaag
Calendula officinalis Goudsbloem composietenfamilie blad, bloem (3) eenjarig 0,5/0,6 kruidlaag kleurstof, cosmetica, insectenwerend,...
Campanula rapunculus Rapunzelklokje klokjesfamilie blad, wortel (4) tweejarig 0,3/0,9 kruidlaag
Chenopodium bonus-henricus Brave hendrik amarantenfamilie blad, bloem, zaad (4) vast 0,3/0,3 kruidlaag kleurstof groen
Chenopodium capitatum Aardbeispinazie ganzenvoetfamilie blad, vrucht, zaad (3) eenjarig 0,6 kruidlaag kleurstoffen
Crambe maritima Zeekool kruisbloemfamilie bloem, blad, wortel (4) vast 0,6/0,6 kruidlaag bodembedekker
Dianthus caryophyllus Tuinanjer anjerfamilie blad, bloem (2) vast 1/0,5 kruidlaag essentiŽle olie, zeep
Echinacea purpurea Rode zonnehoed composietenfamilie blad (1) vast 1,5/0,5 kruidlaag
Epilobium angustifolium Wilgenroosje teunisbloemfamilie blad, bloem, wortel, stam (3) vast 2/1 kruidlaag vezels, opvulmateriaal
Fragaria ananassa Aardbei rozenfamilie vrucht, blad (5) vast 0,3 kruidlaag
Fuchsia splendens Bellenplant teunisbloemfamilie bloem, vrucht (4) vast 2/1 kruidlaag
Geum rivale Knikkend nagelkruid rozenfamilie bloem, blad, drank (3) vast 0,3/0,3 kruidlaag insecticide
Gynostemma pentaphyllum Onsterfelijkheidskruid komkommerfamilie blad (2) vast 8 kruidlaag cosmetica
Hemerocallis fulva Daglelie hemerocallidaceae blad, bloem, wortel (5) vast 1/1 kruidlaag
Heracleum sphondylium Berenklauw schermbloemfamilie blad, wortel, stam (3) vast 1,8 kruidlaag
Inula helenium Alant composietenfamilie blad, wortel (3) vast 1,5/1 kruidlaag kleurstof
Leucanthemum vulgare Margriet composietenfamilie blad, wortel (2) vast 0,6 kruidlaag
Levisticum officinale Lavas schermbloemfamilie blad, bloem, wortel, stam (3) vast 1,8/1 kruidlaag voedzaam
Lupinus perennis Lupine vlinderbloemfamilie zaad, zaadpeul (3) vast 0,6 kruidlaag
Knautia arvensis Beemdkroon kamperfoeliefamilie blad (2) vast 1/0,4 kruidlaag bijenplant
Malva sylvestris Kaasjeskruid kaasjeskruidfamilie blad, bloem, zaad (3) vast 0,5 kruidlaag kleurstof, vezels
Melissa officinalis Citroenmelisse lipbloemfamilie blad (3) vast 0,7/0,4 kruidlaag thee, insectenwerend,...
Mentha piperita Pepermunt lipbloemfamilie blad (3) vast 0,5/1 kruidlaag thee, insectenwerend, essentiŽle olie,...
Mentha pulegium Polei lipbloemenfamilie blad (3) vast 0,4/0,6 kruidlaag thee, essentiŽle olie, insectenwerend,...
Monarda didyma Bergamotplant lipbloemfamilie blad, bloem (3) vast 0,9/0,5 kruidlaag thee, potpourri
Myrrhis odorata Roomse kervel schermbloemfamilie blad, wortel, zaad (4) vast 1/1 kruidlaag poetsmiddel
Oenothera biennis Teunisbloem teunisbloemfamilie blad, bloem, wortel, zaadpeul (3) tweejarig 1,2 kruidlaag kleurstof geel, cosmetica
Primula veris Gulden sleutelbloem sleutelbloemfamilie blad, bloem (3) vast 0,3/0,2 kruidlaag thee, bodembedekker
Rubus arcticus Poolbraam rozenfamilie vrucht (4) vast 0,2/1 kruidlaag kleurstof
Rumex acetosa Veldzuring duizendknoopfamilie blad, bloem, zaad, wortel (5) vast 0,6/0,3 kruidlaag kleurstof, poetsmiddel, vitamine c
Saponaria officinalis Zeepkruid anjerfamilie vast 1/1 kruidlaag zeep
Salvia sclarea Scharlei lipbloemfamilie blad, bloem (2) tweejarig 1/0,6 kruidlaag
Sanguisorba minor Kleine pimpernel rozenfamilie blad (4) vast 0,6/0,3 kruidlaag thee, bodemverbetering
Scrophularia nodosa Knopig helmkruid helmkruidfamilie wortel (1) vast 1/0,3 kruidlaag
Sedum rupestre Tripmadam vetplantenfamilie blad (1) vast 0,1/0,3 kruidlaag bodembedekker
Silybum marianum Mariadistel composietenfamilie blad, bloem, wortel, stam (3) tweejarig 1,2/1 kruidlaag groenbemester, olie
Solanum sisymbriifolium Litchitomaat nachtschadefamilie vrucht (1) vast 1 kruidlaag
Symphytum uplandicum Smeerwortel ruwbladigenfamilie blad (3) vast 1,2/0,6 kruidlaag biomassa, compost
Tanacetum balsamita Balsemwormkruid composietfamilie blad (3) vast 0,9/1 kruidlaag thee, insecticide, potpourri
Tanacetum parthenium Moederkruid composietenfamilie vast 0,6/0,3 kruidlaag insectenwerend,...
Tanacetum vulgare Boerenwormkruid composietfamilie bloem, blad (2) vast 1/1,5 kruidlaag thee, compost, kleurstof, insecticide,...
Taraxacum officinale Paardebloem composietenfamilie blad, bloem, wortel (4) vast 0,5/0,3 kruidlaag thee, compost, cosmetica,...
Thymus vulgaris Tijm lipbloemfamilieblad, bloem (4) vast 0,2/0,3 kruidlaag cosmetica, essentiŽle olie,...
Urtica dioica Brandnetel brandnetelfamilie blad (5) vast 1,2/1 kruidlaag thee, biomassa, vezels...
Valeriana officinalis Valeriaan valeriaanfamilie zaad (2) vast 1,5/1 kruidlaag thee, insectenwerend, compost,...
Veronica longifolia Langbladige ereprijs helmkruidfamilie blad (1) vast 1/0,3 kruidlaag
BODEMBEDEKKERS
Claytonia perfoliata Postelein posteleinfamilie blad, bloem, wortel (4) eenjarig 0,2 kruidlaag bodembedekker
Fragaria alpina Alpenaardbei rozenfamilie vrucht, blad (5) vast 0,3/0,3 bodemdek thee, cosmetica
Medicago sativa Luzerneklaver vlinderbloemfamilie blad, zaad, olie (4) vast 1 kruidlaag kleurstof, groenbemester, olie
Prunella vulgaris Gewone brunel lipbloemfamilie jong blad, bloem (2) vast 0,2/0,3 kruidlaag kleurstof olijfgroen
KNOLGEWASSEN
Apios americana Indiaanse aardappel vlinderbloemfamilie knol, wortel, zaad (5) vast 1,2 knolgewas eiwitrijke knol
Arctium lappa Grote kliswortel composietenfamilie blad, wortel, zaad, stam (4) tweejarig 2/1 knolgewas huid en haarproblemen
Bunium bulbocastanum Aardkastanje schermbloemfamilie blad, wortel (4) vast 0,3/0,6 knolgewas
Dioscorea batatas Wilde yam dioscoreaceae vrucht, wortel (5) vast 3/1,5 knolgewas olie, vlechtwerk
Helianthus tuberosus Aardpeer composietenfamilie wortel (4) vast 2,4/0,6 knolgewas biomassa
Lathyrus tuberosus Aardaker lookfamilie blad, bloem, knol, zaad (5) bolgewas 0,6 knolgewas kleurstof, insectenwerend, cosmetica,...
Oxalis tuberosa Oca klaverzuringfamilie blad, bloem, wortel (5) vast 0,5/0,3 knolgewas
Polymnia edulis Yacon composietenfamilie blad, wortelknol (4) vast 1/0,6 knolgewas drank, zoetmiddel
Sium sisarum Suikerwortel schermbloemfamilie wortel (4) vast 1/0,4 knolgewas
Stachys affinis Japanse andoorn lipbloemfamilie blad, wortel (4) vast 0,5 kruidlaag
Tropaeolum tuberosum Knolcapucien tropaeolaceae bloem, blad, wortel (4) vast 2 knolgewas insectenwerend
KLIMPLANTEN
Actinidia deliciosa Kiwi actinidiaceae vrucht (5) vast 9 klimplant papier
Hablitzia tamnoides Rankspinazie amarantenfamilie blad (5) vast 3 klimplant
Humulus lupulus Hopscheuten hennepfamilie blad, jonge scheuten, wortel (4) vast 6 bodemdek kleurstof bruin, vezels, papier
Lonicera periclymenum Wilde Kamperfoelie kamperfoeliefamilie nektar (1) vast 4,5 klimplant
Rubus fruticosus Braambes rozenfamilie vrucht, blad, wortel (5) vast 3/3 klimplant thee, kleurstof, vezels, pionierplant
Rubus laciniatus Fijnbladige braam rozenfamilie vrucht (5) vast 2,5 klimplant kleurstof
Rubus loganobaccus Loganbes rozenfamilie vrucht (5) vast 2,5/2,5 klimplant kleurstof
Rubus phoenicolasius Japanse wijnbes rozenfamilie vrucht (5) vast 3/1 klimplant kleurstof
Rubus ursinus x idaeus Boysenbes rozenfamilie vrucht (5) vast 3/1 klimplant
Vitis vinifera Druif wijnstokfamilie vrucht, bloem, blad (5) vast 15 klimplant kleurstof geel, olie
WATERPLANTEN
Acorus calamus Kalmoes aronskelkfamilie blad, wortel, stengel (3) vast 1/1 waterplant vlechtwerk, insecticide,...
Caltha palustris Dotterbloem ranonkelfamilie bloem, blad, wortel (2) vast> 0,3/0,3 waterplant kleurstof geel
Iris pseudacorus Gele lis lissenfamilie vast 1/1,5 waterplant koffie, kleurstof geel,...
Nasturtium officinale Waterkers kruisbloemfamilie blad, zaad (4) vast 0,5/1 waterplant
Nelumbo nucifera Heilige lotus nelumbonaceae blad, bloem, wortel, zaad (4) vast 1/1 waterplant
Oenanthe javanica Watervenkel schermbloemenfamilie blad, wortel, zaad (3) vast 1 waterplant
Sagittaria latifoliaBreed pijlkruid waterweegbreefamilie wortel (5) vast 1,2/0,3 waterplant
Sparganium erectum Grote egelskop egelskopfamilie wortel, stengel (2) vast 1/0,6 waterplant
Typha angustifoliaKleine lisdodde lisdoddefamilie bloem, blad, wortel, zaad (5) vast 3/3 waterplant biomassa, vlechtwerk, olie,...
Typha latifoliaGrote lisdodde lisdoddefamilie bloem, blad, wortel, zaad (5) vast 2,5/3 waterplant biomassa, vlechtwerk, olie,...


Ontwerp plannen (klik)

Uitleg bij een voedselbos ontwerp

Gilden

Het voedselbos kan gezien worden als ťťn grote gilde, bestaande uit vele kleinere gilden, een symbiose van planten die elkaar steunen, helpen en met elkaar uitwisselen. Een permacultuur gilde is meer dan het louter combineren van metgezel planten die het samen goed doen. Door ook dieren, insecten en schimmels bij de opbouw van een gilde te betrekken, wordt de productiviteit verhoogd en de weerstand tegen plagen versterkt.
Een gilde is een harmonieuze samenleving van verschillende soorten (planten en dieren) die fysiek verbonden zijn met een centrale plant- of diersoort waardoor een hele reeks voordelen ontstaan. Het centrale element kan bvb. een fruitboom zijn, omringd door begeleidende planten en nuttige insecten. De gildeleden verbeteren dan de grondconditie, verhogen de fruitoogst, verminderen de noodzaak tot onderhoud, enz. Planten hebben tenminste vier dingen nodig: voedingsstoffen (voornamelijk stikstof), mulch, bevruchting en bescherming, die makkelijker kunnen voorzien worden door het planten in gilden. De gilde versterkt zo de algehele zelfhandhaving en duurzaamheid van het systeem.
Een ideale permacultuur gilde bestaat uit een opbrengstgewas (een fruitboom bvb.) en diverse ondersteunende planten zoals bijenlokkende nectarplanten, stikstof fixerende planten, aromatische planten die schadelijke insecten weren, mulchplanten en dynamische accumulatoren.


Appelgilde

Planten in gilden

Een overzicht van de voordelen bij het planten in gilden.

Hoe kunnen we de juiste gilden ontdekken? Een goed startpunt is het raadplegen van de tabellen voor combinatieteelt (zie bij bronnen). Daarna komt opzoekwerk, observatie en praktijkervaring. Door de natuur goed te observeren kan veel geleerd worden. Op een wandeling ziet men bvb. een verwaarloosde maar prachtig bloeiende appelboom waarrond klaver, iris, smeerwortel, Oost-Indische kers en moerbei groeien. Op een andere plaats staat een appelboom die weinig vruchten levert en niet floreert omdat er een walnootboom in de buurt staat (de wortels van de walnoot scheiden groeiremmers af waar appelaars gevoelig voor zijn).

De gilde van de appelboom.

  • Centraal staat de appelboom of perenboom.
  • Een cirkel van grasonderdrukkers zoals wilde blauwe lelie, knoflook, bieslook en andere looksoorten. Ze onderdrukken plagen en ziekten, lokken nuttige insecten en zijn eetbaar.
  • Mulchplanten als bodembedekkers zoals artisjok, rabarber, kardoen, smeerwortel en Oost Indische kers.
  • Planten die nog meer nuttige insecten aantrekken, zoals dille, venkel, koriander en bergamot. Ze hoeven niet gelijktijdig met de appelaar te bloeien.
  • Stikstof brengende planten zoals wikke, klaver, alfalfa, lupine en tuinbonen. Sommigen trekken ook vlinders en bijen aan voor de bevruchting.
  • Planten die essentiŽle voedingsstoffen leveren zoals chicorei (witloof), paardebloem, look, duizendblad, aardbei en smeerwortel.
  • Aan de rand een cirkel van narcissen. Ze bloeien vroeg en ontnemen de boom geen water.

klik om te vergroten

Bewezen permacultuur gilden

Een aantal gilden zijn ondertussen proefondervindelijk als bijzonder gunstig en werkzaam gekend. Er zijn er nog veel meer.

Andere gilden:

Bronnen en info

Zeven lagen en negen lagen

Planten zijn cruciaal in een ecosysteem omdat ze er de hoeveelheid (zonne)energie bepalen en omdat ze het basismateriaal vormen voor alle andere wezens (insecten, planteneters, vleeseters,...). Planten kunnen ingedeeld worden in zeven lagen (of zelfs negen lagen) naargelang het type begroeiing. Hoe meer lagen aanwezig zijn in een systeem, hoe duurzamer en krachtiger. Met zeven lagen van planten en hun wortels krijg je een 3D structuur wat vele nuttige organismen zal aantrekken en meer zonne-energie zal opvangen. Er ontstaan allerlei habitats en biotoopjes die de diversiteit zullen verhogen en er zijn altijd voldoende voedingstoffen aanwezig om de levenskringlopen in stand te houden. Bij het ontwerp van het ecosysteem kies je planten uit volgens de meer-functie regel. Een element of organisme heeft meerdere functies en iedere functie wordt door meerdere organismen ondersteund. Bijvoorbeeld vlierbes levert voedsel, likeur, geneesmiddelen, brandstof en weert insecten. In tegenstelling tot monocultuur (waar 1 laag slechts 1 gewas oplevert), krijgen we bij een zeven of negen lagen ecosysteem veel meer opbrengst door een optimaal gebruik van de beschikbare grond. De verschillende planten voeden, stimuleren en beschermen elkaar wat het ecosysteem sterk maakt. Het voedselbos komt voornamelijk in permacultuurzone 3, waar weinig onderhoud nodig is. Van zodra er op een bepaalde plaats 3 lagen in wisselwerking samen leven, kunnen we al spreken van (het begin van) een voedselbos: bvb. een hoogstam pruimelaar (laag 1) met daaronder enkele bessenstruiken (laag 3) omringd door smeerwortel en Roomse kervel (laag 4).


3D tuinieren in 7 of 9 lagen

Polyculturen in 7 lagen

Zones, sectoren en helling

De zones

Een permacultuur tuin wordt aangelegd door een indeling in zones en sectoren te volgen. Eenvoudig gezegd gaan we de planten (en dieren) die dagelijkse zorg nodig hebben of regelmatig geoogst worden, dicht bij het huis zetten. En planten die minder aandacht nodig hebben, zetten we verder weg van het huis. Zoals de spreuk zegt: uit het oog, uit het hart. Een kruiden- of groentetuin op 100 meter van het huis zal uiteindelijk verwaarloosd worden omdat er minder neiging zal zijn die te bezoeken. Een indeling in zones volgens de frequentie van bezoek zal uiteindelijk veel werk en energie sparen. Dezelfde permacultuur zonering kan ook toegepast worden bij het ontwerpen van een voedselbos. Bij de indeling in zones kan ook rekening gehouden worden met bijkomende factoren zoals energiebewegingen (zon, wind en water) en toegankelijkheid en uitzicht (vanuit het huis). Bvb. planten die veel water nodig hebben, komen best dicht bij de watervoorraad. Zones zijn meestal geen mooi concentrische cirkels rond het huis, maar eerder grillig en organisch van vorm. De zones worden ontworpen op basis van het beschikbare terrein en de gewenste functies die men probeert te creŽren. Hier is een overzichtje, eerst met permacultuur definitie, daarna enkele tips voor het voedselbos.

Een natuurlijk bos is een combinatie van diverse biotopen, perkjes, percelen en randen telkens met specifieke planten en leefomstandigheden. Dit kunnen we nabootsen in het voedselbos door verschillende structuren, biotopen en patronen te ontwerpen die organisch in elkaar overgaan en met elkaar verbonden zijn. Enkele mogelijke structuren en percelen zijn (zie ook verder): dynamische gemengde percelen, mandala's, struikgewassen, mozaÔek beplanting, open plekken, dichte begroeiing, bloemenperken, bos, rotspartijen, hagen en heggen, bosranden, kuilen, poelen, wallen, weiden, natuurlijke paden, omgevallen bomen,... Al deze habitats zijn unieke biotopen met specifieke planten, dieren en invloeden die samen een duurzaam en sterk ecosysteem vormen. Het voedselbos is dan een combinatie van zulke percelen die onderling met elkaar verbonden zijn en dan vooral eetbare planten bevatten. Hoe beter we het terrein analyseren en kennen, hoe beter we de diverse percelen kunnen ontwerpen en beplanten met de juiste gewassen. We kunnen ook beginnen met ťťn perceel en stelselmatig uitbreiden met volgende, aangrenzende percelen tot een volledig voedselbos ontstaat.


De 5 zones (klik)

De zones in een stadstuin (klik)

De sectoren

Een indeling in sectoren is een andere erg belangrijke manier om een terrein te ontleden en te ontwerpen. Een sector is een energiepad of een beweging van energie in het permacultuursysteem. Enkele belangrijke energiebewegingen zijn die van zon, water en wind, maar ook bvb. toegankelijkheid en panorama zijn factoren van belang. De beweging die de zon maakt aan de hemel (en dus ook haar energie) verschilt naargelang locatie en seizoen. Hoe verder weg van de evenaar, hoe groter de verschillen in warmte en licht gedurende de 4 seizoenen en tijdens de dag. Ook de energie van de wind kan erg verschillend zijn, van een verkoelend zomerbriesje tot gure winterstormen, en als zodanig de teelten sterk beÔnvloeden. Ook de waterenergie speelt een rol, zowel hemelwater als rivieren en vijvers op het land, en mogelijk overstromingsgevaar. Een andere krachtige energie (en vooral in bosrijke gebieden een risicomogelijkheid), is vuur en brand(gevaar). Verder zijn de toegangswegen en doorgangswegen (bvb. dierenpaden) stroken waarlangs energie in en uit het domein gaat. En de verschillende panorama's die zichtbaar zijn in de 4 windrichtingen zijn medebepalend voor de inrichting van het terrein. Bvb. een inkijk door buren of lelijke gebouwen kunnen aan het zicht ontrokken worden door in die sector hoge bomen en hagen te planten.
Al deze energiefactoren spelen een rol bij het ontwerpen van het permacultuur systeem. Na grondige observatie en analyse van het terrein, kunnen we gericht ontwerpen om zo de aanwezige gunstige energieŽn optimaal te gebruiken of de invloed van schadelijke energieŽn te verminderen. Dit kan door planten, bomen, structuren en elementen strategisch zo te plaatsen dat ze ofwel de binnenkomende energie stoppen (bvb. bomen die gure wind breken), ofwel de energie leiden naar een specifieke plaats (bvb. wateropvang in een swale), ofwel een perceel openstellen voor de energie (bvb. een zonnecirkel).

Om de energieŽn op een site in kaart te brengen, wordt een cirkelvormig sector diagram gemaakt waarbij het huis (zone 0) het middelpunt is. De sectoren waar de diverse energieŽn spelen en interfereren worden dan getekend als driehoekige taartpunten. Op die manier krijgen we zicht op de energieŽn die spelen op een bepaald terrein en kunnen we het ontwerp daaraan aanpassen zodat we optimaal gebruik maken van de aanwezige energieŽn. In combinatie met de 5 zones krijgen we zo al een mooi beeld van de mogelijkheden van een site, maar nog een derde belangrijke factor ontbreekt: de helling.


Sector analyse (tekening) - (klik)

Sector analyse (google map)

De helling

Een terrein met helling (hoe klein ook) en een gevarieerd reliŽf laten toe om de zwaartekracht te gebruiken om makkelijk energieŽn te verplaatsen van hoog naar laag. Waterbekkens, watertanks en dammen komen dan ook het best op de hoogst gelegen gebieden zodat ze de onderliggende beplantingen automatisch kunnen bevloeien. Een hellend terrein heeft een middenpunt waar de bolle kant (convex) overgaat in de holle kant (concaaf). Op dat punt (keypoint) komt meestal het huis. Op een lager gelegen veldje kan dan een waterzuiveringrietveld komen om het grijswater en huishoudwater, wat dan vanzelf naar beneden stroomt uit het huis, te zuiveren. Of men kan het huishoudwater ook naar een lager gelegen boomgaard leiden indien de gebruikte onderhoudsproducten van natuurlijke origine zijn. Ook materialen zoals brandhout worden makkelijker verplaatst van boven naar beneden. Een goed gesitueerd huis zal beter beschermd zijn tegen kou en brandgevaar, sneller opwarmen en langer warm blijven. Warme lucht is lichter en stijgt, terwijl koude lucht zwaarder is en daalt en naar beneden beweegt. Deze eigenschappen kunnen we gebruiken om het huis op een natuurlijke wijze te isoleren. Op hoger gelegen percelen boven het huis, planten we dan een bos(je) wat verschillende functies uitoefent: een brandhout voorraad, het vasthouden van de opstijgende warme lucht en het tegenhouden van de neerdalende koude lucht. Naast het huis kan ook een vijver komen die het zonlicht weerkaatst op het huis. Een bos gelegen op een helling boven het huis warmt niet alleen de koude (nachtelijke) lucht op maar voorkomt ook bodemerosie. Van een braakliggend terrein gelegen op een helling wordt de vruchtbare bodem snel uitgespoeld bij regenval en verdwijnt het ongebruikte water razendsnel. Dit kan men voorkomen door beplantingen te zetten die grond en water vasthouden en op de contourlijnen swales te graven die dan waterbekkens worden. Ook wegen, paden en omheiningen lopen best langs de contourlijnen van een terrein en nooit in een rechte lijn naar beneden. Een zuidgerichte helling (in het Noordelijk halfrond) is ideaal wegens de maximale blootstelling aan zonlicht gedurende de dag. Een noordgerichte helling is te mijden. Op een helling gaat vuur altijd omhoog. Om het brandgevaar te verkleinen zijn volgende ingrepen mogelijk: niet bouwen op de top van een heuvel of bergkam of midden in een naaldbos, maar wel op een beschermde plaats (naast een heuvel of vijver die dient als vuurstop).

Wanneer we rekening houden met deze 3 basis instrumenten (zones, sectoren, helling) om een site te ontwerpen, dan komen we al een heel eind. De indeling in zones optimaliseert de ideale afstanden voor de verschillende elementen in een systeem. De sector analyse helpt om de natuurlijke energieŽn maximaal in ons voordeel te gebruiken. En het creatief rekening houden met de helling laat ons toe de aanwezige (zwaarte)krachten in te zetten. Op die manier gaan we energie, tijd en werk uiterst efficiŽnt gebruiken en toepassen.


Waterbeweging via zwaartekracht

Warme en koude lucht bewegingen

Veilige locaties

Onveilige locaties

De planten en hun functies

Een voedselbos bevat na verloop van tijd al snel duizenden verschillende plantensoorten die in vruchtbare relatie met elkaar samenleven. Maar we kunnen klein beginnen met enkele fruitbomen en gilden en zo langzaam het bos uitbreiden. Planten zijn niet alleen onder te verdelen in gilden of volgens de laag waartoe ze behoren. Ook de functie die een plant in het bos heeft, is van belang. In de permacultuur kiezen we liefst planten die meerdere functies tegelijk vervullen. Hier zijn bvb. enkele belangrijke functies (zie ook bij Pfaf of Practical Plants voor uitgebreide plantenlijsten ingedeeld per functie):

Overzichtslijsten.

Polycultuur en meerjarigen.

Bij monocultuur focust de tuinier/boer op 1 functie (bvb. een eetbaar gewas) met alle nadelige gevolgen van dien (kunstmest, chemische sproeimiddelen, uitputting van de grond, resistente plagen, petroleum afhankelijke landbouw,...). In de (wilde) natuur en in het bos zien we nergens monoculturen. Bij polycultuur richten we ons op het samenbrengen van vele verschillende planten en functies zodat een harmonische symbiose ontstaat en de onderlinge wisselwerkingen tussen de planten een sterk en vruchtbaar ecosysteem creŽren. Het kiezen van multifunctionele planten voor tuin en bos biedt dus meerdere voordelen. De vruchtbaarheid wordt verhoogd, het bodemleven versterkt, de opbrengsten gevarieerder en groter, de ziekten en plagen minder,... De voorkeur gaat dus ook uit naar vaste, meerjarige planten omdat ze vele voordelen bieden ten opzichte van eenjarigen.
Enkele voordelen van meerjarigen (zoals bomen, struiken en doorlevende planten bvb.).

Een bos is een natuurlijk voorbeeld van een duurzame polycultuur met een hoge productie aan waardevolle opbrengsten. Diversiteit kunnen we creŽren door enerzijds verschillende plantensoorten en rassen door elkaar te zetten en anderzijds door te spreiden in de tijd, bvb. via voor- en nateelten of door gewassen met verschillende groeisnelheden tegelijk te laten groeien. Bvb. sla of radijzen die snel oogstklaar zijn naast kolen of pastinaken die trager groeien. Onze verre voorouders aten nog honderden verschillende soorten wilde planten die een hoge voedingswaarde bezaten. Tegenwoordig kiezen we uit slechts een twintigtal sterk gecultiveerde gewassen die niet geselecteerd zijn op voedingswaarde maar op resistentie tegen plagen en hoge opbrengst. Een polycultuur tuin of bos kan makkelijk opnieuw zorgen voor een divers en ruim aanbod aan krachtig en gezond voedsel.

Plantentips.

Na verloop van tijd krijgen we overvloedige oogsten van een hele waaier aan diverse producten en gevarieerd voedsel. De kunst om de juiste planten uit te kiezen en ze op de juiste manier op de juiste plaats te zetten tussen de juiste buurplanten is wellicht een levenslange ontdekking- en leertocht en ťťn van de grote uitdagingen bij het bostuinieren. Het raadplegen van boeken en internet of het volgen van een cursus permacultuur kan hulp bieden. Hier volgen enkele tips betreffende plantselectie en plantbehandeling. Een juiste plantkeuze en plantwijze is heel belangrijk om de overlevingskansen van het plantgoed te optimaliseren.

Plantaardige bemesting.

Verwen de planten regelmatig met meststoffen uit planten. Zo krijgen ze extra voeding, worden beschermd tegen plagen en worden ze sterker. Hier zijn enkele mogelijkheden.

De kwekerij.

Een voedselbos bevat duizenden planten ruwweg te verdelen in twee groepen: de productiesoorten (allerlei voeding, brandhout, vlechtwerk, geneesmiddelen,...) en de ondersteunende soorten (stikstofbinders, mineralenaanbrengers, mulchplanten, nectarplanten,...). De meest logische en goedkoopste manier om al deze planten te voorzien, is ze zelf op te kweken. Daartoe kunnen we op het terrein een geschikte ruimte inrichten als kwekerij, zoals een serre, een polytunnel, een veranda, een tuinhuis,... De kweekruimte is bij voorkeur winddicht en laat veel licht en warmte toe. Veel planten worden uit zaad opgekweekt (zowel aangekocht zaad als zelf geoogst zaad). Andere planten worden vermeerderd door enten, stekken en afleggen. Sommige planten kunnen ter plaatse worden uitgezaaid op het terrein, andere zaailingen kweek je best op in de kwekerij. Het opkweken van allerlei plantgoed voor het eigen voedselbos kan ook gecombineerd worden met een kleinschalige commerciŽle activiteit zoals 'verkoop van permacultuurplanten'. Ook het ruilen van allerlei planten met andere tuiniers behoort dan tot de mogelijkheden. Men kan zich ook toeleggen op de kweek van bepaalde (moeilijk te vinden of vergeten) soorten of op het toepassen van bepaalde kweektechnieken (bvb. fruitbomen enten) en daar dan opbrengst uit genereren. Indien men kiest om op het terrein een opbrengst gewas te telen, dan komt de kwekerij goed van pas bij de opkeek van de vele kiemplantjes. Een opbrengstgewas is een specifieke teelt bedoeld als inkomstenbron, meestal een gewas waar veel vraag naar is of erg gegeerd in de lokale buurt (met gegarandeerde afname).

De bodem

The secret is in the soil. Een gezonde bodem voorkomt ziektes en levert krachtige planten en hoge opbrengsten. Een sterk en productief bodemleven waar talrijke organismen vlot en makkelijk het dode materiaal omzetten in voeding voor de planten, is van wezenlijk belang in alle duurzame ecosystemen. In het voedselbos (en in de permacultuur) worden grondstoffen zoveel mogelijk opnieuw gebruikt en zo lang mogelijk in het systeem gehouden. Alle organisch materiaal en afgestorven planten blijven ter plaatse liggen. Op die manier ontstaat door compostering een humusrijke toplaag die voldoende voedsel en organismen bevat om het bos ten allen tijde zonder extra bemesting te laten floreren. Met iedere volgende laag die op de bodem komt, wordt de grond alleen maar rijker en beter. De mulch verteert en ontbindt en zorgt voor een constante en langzame bemesting voor de planten. Een bodem die te allen tijde bedekt is met dood organisch materiaal of levende planten wordt vanzelf gezond. Mulchen is het toverwoord en dat betekent heel eenvoudig het beplanten of beleggen van de bodem met organisch materiaal zodat de grond nooit onbedekt is. Men kan kiezen voor levend mulchmateriaal zoals groenbemesters (bvb. klaver, wikke, luzerne, lupine,...) die ingewerkt of omgehakt worden en blijven liggen. En er is ook dood mulchmateriaal zoals afgevallen herfstbladeren, stro, hooi, afgemaaid gras, keukenafval (geen gekookt voedsel), afgestorven planten, snoeiresten, houtsnippers, compost,... In veel permacultuurtuinen komt er voortdurend organisch materiaal bij op de bodem. Planten worden bijgeknipt of geoogst, struiken en bomen worden gesnoeid, gras wordt gemaaid, ongewenst onkruid uitgetrokken,...alles verteert en composteert ter plaatse en verrijkt en beschermt de bodem. Het mulchmateriaal is best zo gevarieerd mogelijk en afwisseling is aan te raden. Dus niet altijd afgemaaid gras geven, maar ook allerlei ander organisch materiaal op de bodem laten liggen. De wormen gaan de mulch in de bodem trekken en omzetten in hoogwaardige aarde. Ook allerlei noodzakelijke schimmels en fungi gaan de mulch verwerken tot compost. Daardoor vermindert de mulchlaag aanzienlijk (en verandert in aarde) waardoor we telkens een nieuwe laag kunnen bijmulchen. In een voedselbos worden ook planten en bomen gezet die voornamelijk als mulch gaan dienen, zoals snelgroeiende wilgen en smeerwortel. Een goede tip is om zelf allerlei mulchplanten te kweken want er is veel mulchmateriaal nodig. Knotbomen zijn ideaal omdat ze het snoeien goed verdragen en snel veel blad en houtig materiaal aanmaken (wilg, els, eik, tamme kastanje,...). Het snoeihout kan eerst worden verhakseld tot mulch maar ook (afhankelijk van de grootte) gewoon blijven liggen (chop & drop).
Mulchen is de allerbelangrijkste techniek die toegepast wordt in het voedselbos (en andere permacultuursystemen). Mulch = nieuwe grond ťn voedsel voor de planten. En het werkt zo goed omdat het geÔnspireerd is op de natuur die al miljoenen jaren deze techniek gebruikt om nieuwe grond te maken en bestaande grond te voeden. Een braakliggende grond of akker erodeert en verliest snel haar nutriŽnten door uitspoeling. De boer is dan aangewezen op ploegen, chemische mest en pestcontrole. Door te mulchen is dit allemaal niet langer nodig want er ontstaat een eeuwigdurende en gesloten kringloop. Planten leveren zelf het organisch materiaal wat dan composteert tot hun eigen voedsel. Een perfect en duurzaam ecosysteem.

Een aparte techniek is sheetmulchen waarbij eerst een ondoordringbare laag (karton, kranten, stof, organisch materiaal,...) op de bodem wordt gelegd om het onkruid te onderdrukken (maai eerst alles zo kort mogelijk af). Men kan ook worteldoek of zwart plastiek gebruiken om de grassen te doden (of de hardnekkige wortelonkruiden zoals brandnetel, zevenblad, kweek, akkerdistel,...). Maar deze bedekkingen zijn tijdelijk en dienen later terug verwijderd te worden en bovendien zijn ze minder ecologisch. Karton en papier kan men laten liggen om te verteren (maak ze flink nat). Bovenop de kartonlaag komt dan compost en stro/mulch waarin de planten kunnen gezet worden. Ook onder het karton (en ook onder stro) legt men groen materiaal (gras, onkruidresten,...) omdat karton en stro bij de vertering veel stikstof aan de bodem onttrekken. Ook rond bomen kan sheetmulch toegepast worden, zo wordt de competitie van onder meer gras en onkruid onderdrukt.

De voordelen van het mulchen.

Enkele mogelijke nadelen van mulch en bodembedekking. Deze nadelen wegen niet op tegen de vele voordelen.

Mulchmateriaal vinden. Gezien er heel veel organisch materiaal nodig is om de bodem te voeden, volgen hier enkele manieren om altijd over voldoende mulch te beschikken.

Paramagnetisme en remineralisatie.

Er zijn drie belangrijke vereisten om een gezond ecosysteem te creŽren en overvloedige opbrengsten te verkrijgen: compostering, bodemorganismen en paramagnetisme. Zonder deze voorwaarden zullen er zieke planten groeien die op hun beurt schadelijke insecten aantrekken. Want bedenk dat plagen en vraat door insecten niet zomaar ontstaan, maar het middel zijn wat de natuur inzet om zieke planten op te ruimen. Sproeien met (al dan niet organische) pesticiden heeft dan ook weinig zin, want is slechts symptoombestrijding. Het is veel logischer en efficiŽnter om gezonde planten te telen zodat de plagen en luizen wegblijven. En gezonde planten krijg je door te zorgen voor een gezonde bodem en paramagnetisme. Het feit dat insecten enkel de zieke en zwakke planten opruimen (en de gezonde met rust laten), vraagt voor velen een verandering van denken over (ecologisch) tuinieren. In plaats van tegen de natuur in te gaan (bestrijding), gaan we altijd zoveel mogelijk met haar samenwerken en haar steunen (versterking).
Hoe zoeken insecten hun planten(voedsel)? Dieren en mensen zien met hun ogen een afgebakend visueel lichtspectrum. Insecten, daarentegen, voelen veel van hun omgeving met hun antennes. Deze antennes interpreteren elektromagnetische frequenties in het infrarode spectrum, dat is vlak naast het visuele lichtspectrum. Zo vinden ze een partner en ook hun voedsel. Veel planten geven ook feromonen af (signaalmoleculen) die insecten interpreteren als voedsel. Het blijkt nu dat alleen zieke planten feromonen afgeven die de opruim-insecten interpreteren als voedsel! Gezonde planten zenden deze bepaalde frequenties niet uit, zodat insecten de gezonde planten niet als voedselbron zien. Zij kiezen planten die verzwakt zijn of waarin bepaalde nutriŽnten ontbreken. En zelfs als een insect landt op een gezonde plant, dan ontbreken letterlijk de enzymen om de gezonde plant te verteren. Dus pestcontrole door middel van sproeimiddelen zal slechts heel tijdelijk helpen (en wat erger is: ook de nuttige insecten worden gedood). De enige manier is de planten van alle nodige voedingsstoffen te voorzien door de bodem te optimaliseren, zodat de planten sterk en krachtig worden en de plagen en vraatinsecten niet nodig zijn.

Hoe kunnen we nu een gezonde bodem en goede grond krijgen? Compost, mulch, mychoriza, regenwormen, gesteentemelen en paramagnetisme zijn alvast belangrijke factoren. Paramagnetisme is het vermogen van een bodem om elektromagnetische energie uit de omgeving op te vangen en op te slaan en ook het vermogen van een stof om te resoneren met een kosmische kracht. Deze energie, die ook radiogolven omvat, heeft een grote invloed op de plantengroei. Een sterk paramagnetische bodem fungeert als een antenne die voortdurend deze aardse en kosmische energie opvangt. Deze paramagnetische krachten zorgen er bvb. voor dat het water in de grond kan circuleren en de sapstroom in de planten op en neer kan gaan en zou ook de 'aura' van een plant stimuleren en versterken waardoor insecten wegblijven gezien ze enkel de zwak stralende planten opruimen. Verder verhoogt paramagnetisme de celdeling bij planten, wat de groei stimuleert. De meest vruchtbare bodems in de wereld zijn altijd zeer paramagnetisch (dwz ze zijn zeer efficiŽnte antennes), en deze gronden zijn meestal van vulkanische oorsprong en bvb. afgeleid van oeroude basalt- of granietgesteenten. Het is mogelijk om de magnetische ontvankelijkheid en bijbehorende vruchtbaarheid van een bodem te verhogen door paramagnetische materialen toe te voegen, zoals basaltmeel, granietmeel, lavameel, azomite, enz. Door deze aanvullingen wordt de bodem bovendien ook geremineraliseerd en komen tientallen noodzakelijke sporenelementen terug in de bodem (en in de planten die wij eten). Het is geen geheim dat vele bodems totaal uitgeput zijn en deficiŽnt betreffende mineralen. Het toevoegen van gesteentemelen heeft dus zeker zijn nut, net als composteren en mulchen. Zie ook het het baanbrekende boek van Julius Hensel: Bread From Stones. Een andere methode die onze voorouders met succes toepasten, is het bouwen van hoge, ronde stenen torens die functioneerden als grote antennes die de energie in de omliggende velden brachten. In Ierland en AustraliŽ zijn nog altijd zulke torens te bekijken. Sterk paramagnetische bodems zijn meer energetisch afgestemd op de Aarde en het universum en brengen er energie in, met volgende resultaten: meer opbrengst, sterkere en voedzame planten, beter vasthouden van water, meer regenwormen, meer microbiŽle werking, betere benutting van de voedingsstoffen in planten, verbeterde zaadontkieming, hogere weerstand tegen insecten en roofdieren, hogere weerstand tegen milieu-invloeden.


Mulchlaag in het beginnend (micro) voedselbos

Back to Eden, de ultieme film over mulchen

Het water

Water is cruciaal en een belangrijk element bij het ontwerpen van een permacultuurtuin of voedselbos. De bedoeling is het (regen)water zo lang mogelijk op het terrein te houden en ondertussen bij zoveel mogelijk planten te brengen. Dit kan door het graven van swales (= een zelfgemaakt beekje met een hoge aarden wal), greppels, poelen en vijvers. Een licht glooiend terrein is ideaal om het water via zwaartekracht doorheen het terrein te loodsen, maar ook op vlak terrein is waterbeheersing vlot toe te passen. Een swale houdt het regenwater lange tijd ter plaatse en laat het langzaam wegsijpelen naar omliggende terreinen waar het alle planten van water voorziet. Op de bermen van de swale komen dan bvb. bodembedekkers of groenbemesters (om erosie tegen te gaan) en bessen en fruitbomen.
Vijvers en poelen zijn ook de ideale broedplaatsen voor nuttige dieren zoals padden, kikkers, hagedissen en salamanders die veel schadelijke insecten eten. De vissen in de vijvers eten dan de muggenlarven en houden zo de muggenplagen binnen de perken.
Bij het maken van het ontwerp voor het voedselbos, kunnen we de beste plaatsen selecteren waar vijvers en dammen komen. Een goede observatie van het terrein is dus aangewezen om de waterbewegingen en regenval te kennen, om zo de ideale plaatsen voor de waterpartijen te ontdekken. Wanneer het budget groot genoeg is, kunnen we (voor we met de aanplant beginnen) allerlei graafwerken uitvoeren (machinaal) om swales, dammen, vijvers, bruggen, wegen en overlopen te bouwen. Op een terrein van 1 hectare zijn 4 tot 6 (kleinere) vijvers en enkele swales voldoende om het hele terrein (automatisch en voortdurend) van het benodigde water te voorzien. Manueel graven is goedkoper, maar zal uiteraard veel werkkracht en tijd vergen. Een dam maken waarachter zich een vijver bevind of een swale graven die dan een waterweg wordt, brengen vele voordelen aan een terrein.

Er zijn nog andere manieren om regenwater op te slaan, zoals regentonnen, citerns, badkuipen,...Maak zoveel mogelijk gebruik van allerlei methoden om het water wat op het terrein valt of ontspringt, op te vangen en te bewaren. Gebruik regenwater (of grondwater) voor douche en afwas. Bouw een droogtoilet of composttoilet om waterverspilling te vermijden. Een terrein met eigen waterbron(nen) is goud waard, maar moeilijker te vinden. Een terrein langs een rivier of beek biedt extra mogelijkheden om de waterenergie te gebruiken (via een hydrogenerator).


Aarde- en waterwerken ontwerp met swales en vijvers

De werking van een swale

Aardewerken

De aardewerken hebben vooral tot doel de structuur van het landschap te verbeteren en de neerslag die op het land valt te bewaren in water opvangplaatsen. Deze werken gebeuren (indien mogelijk) best nog voor de planten en bomen de grond ingaan. Ook kan men de verschillende werken zoveel mogelijk in dezelfde tijdsperiode plannen om de kostprijs van huurmateriaal en werkuren te drukken. Vooral indien men over een groot terrein beschikt (vanaf enkele hectares) zijn de aardewerken hun investering meer dan waard. Niettemin kunnen bepaalde aspecten ook in kleinere tuinen toegepast worden (bvb. een swale of een vijver).
In AustraliŽ (de bakermat van de permacultuur) werd het 'Keyline Earthworks' concept ontwikkeld om een terrein of boerderij zodanig vorm te geven dat de aanwezige bronnen (zoals water, wind, zon en aarde) maximaal aangewend en gebruikt worden. Keyline ontwerp onderzoekt het landschap op allerlei patronen en bewegingen, waarna de juiste grond- en watermanagement technieken het gebied zullen optimaliseren en autonoom maken. Keyline ontwerp heeft ondertussen bewezen de goedkoopste en meest praktische manier te zijn om een duurzaam, zelfvoorzienend en vruchtbaar systeem op te zetten. Het omvat ondermeer volgende technieken en systemen:

Het keyline concept is eenvoudig te begrijpen. Elke vallei of hellend terrein heeft een middelpunt (keypoint), met daarboven een bolle kant die steiler afloopt en eronder een holle kant waar de helling zachter is. Van op dit middelpunt kun je contourlijnen (keyline) tekenen en als basis voor het ontwerp gebruiken. Contourlijnen (of hoogtelijnen) zijn lijnen die alle punten verbinden die op dezelfde hoogte boven de zeespiegel liggen. De positie van het middelpunt en de contourlijnen beÔnvloeden het terrein door de:

Enkele belangrijke aardewerken.

Twee voorbeelden van aarde- en waterwerken op grotere boerderijen.

De dieren

Dieren spelen een heel belangrijke rol in permacultuur en bij de creatie van een voedselbos. Niet enkel als eventuele voedselbron, maar ook als nuttige medewerkers. Het Krameterhof van Sepp Holzer is een prachtig en succesvol voorbeeld van samenwerking tussen dier, mens en plant. Allerlei dieren (pluimvee, varkens, paarden, runderen, schapen, geiten,...) worden er ingezet om de gronden zaaiklaar te maken, te bemesten, om te ploegen en afval op te ruimen. Zelfs wildere dieren (herten, reeŽn, steenbokken, bizons, waterbuffels,...) worden op het grote landgoed van 40 hectare gefokt. Dit vraagt uiteraard niet alleen voldoende plaats (want de dieren lopen vrij rond), maar ook de nodige kennis. Om de vele dieren te herbergen worden eenvoudige open stallen gebouwd uit natuurlijke materialen (zie verder). Ook op kleinere percelen kan met dieren samengewerkt worden mits men voldoende voorzieningen aanbrengt en extra voeding voorziet (zodat de dieren niet verplicht zijn om de moestuin op te eten). De truc om dieren (loslopend in vrijheid) te houden zonder dat ze alle opbrengsten opeten, is dus het aanplanten van extra en specifiek voedsel voor hen. Kies ook zoveel mogelijk oude, wilde en zeldzaam wordende dierenrassen. Een overzicht.

Bijzondere Percelen

Hugelkultur - De groentecirkel - De permacultuur mandala - De medicinale tuin - Levende omheining - Paddenstoelen - Vijvers en poelen - De swale

De onderstaande percelen, perken, biotopen, ecosystemen en plantenbedden kunnen makkelijk geÔntegreerd worden in het voedselbos. Meer nog, een voedselbos is gewoon een mozaÔek van zulke perken en ecosystemen die in elkaar overlopen en harmonisch geÔntegreerd zijn tot 1 geheel. De natuur werkt ook in lapjes en deze diversiteit verhoogt de weerbaarheid en soortenrijkdom in een systeem. In sommige gevallen worden aparte, afgezonderde en geschikte plaatsen voorzien voor de diverse percelen, in andere gevallen worden de planten gewoon gemengd tussen de andere beplanting. Bvb. eenjarige groenten kunnen geteeld worden in groepjes tussen de struiken en bomen ofwel in rijen op een overzichtelijke groentecirkel. Beide opties hebben voor- en nadelen. Andere biotopen, die hieronder niet besproken worden, maar ook een plaats kunnen krijgen in het bos zijn bvb. een rotstuin (thermische massa), een boomgaard, een brandhout veld, een perceel met opbrengstgewassen, een graanveld, een bloemenweide, een kweekveld voor veel gebruikte planten, een insectenhotel, een grassenweide, een verwilderd perceel, een waterzuiverend moeras of rietveld, een kruidenspiraal, een swale, een polytunnel,...

Een bijkomend voordeel bij het integreren van verschillende biotopen en perken in het permacultuur systeem, is het ontstaan van vele randen. Een rand is de grens waar alles gebeurt, een overgang tussen 2 biotopen waar op natuurlijke wijze diversiteit en allerlei leven ontstaat. Hoe meer randen, hoe meer diversiteit. Dit ziet men goed in een (natuurlijk) bos. Aan de rand van het bos groeien volop struiken, planten, bodemkruipers,... er vliegen volop vogels, er zoemen insecten en het wemelt er het van leven. Maar eenmaal we het bos binnenstappen, is het veel rustiger en minder gevarieerd. In een permacultuurtuin proberen we zoveel mogelijk randen te maken, waar nuttige insecten en vogels leven en plantdiversiteit ontstaat. Mogelijke randen zijn: muur/tuin, huis/tuin, pad/tuin, haag/tuin, plantenbed/tuin, plantenbed/haag, plantenbed/rots, vijver/tuin, voedselbos/tuin,... Een beproefde methode om randen bij te maken, is het ontwerpen van sleutelgat systemen. Dit is een eenvoudig model wat ook nog eens het voordeel heeft dat de planten overal makkelijk bereikbaar zijn en de beschikbare ruimte optimaal gebruikt wordt. Een andere techniek om meer randen te creŽren, is de tuinpaden te laten slingeren (in plaats van rechtdoor) en rechthoekige perken en percelen een meer grillige, golvende lijn te geven. Andere randen zijn bvb. zon/schaduw, zure grond/alkalische grond, water/aarde,...

Hugelkultur

Hugelkultur gaat goed samen met bostuinieren, want uiteindelijk is deze teelttechniek hetzelfde proces als wat zich voortdurend in een bos afspeelt. Namelijk, organisch materiaal wat verteert tot compost en zo het voedsel wordt voor andere planten. Bij hugelkultur gaan we dit proces versnellen en verbeteren door een verhoogd bed te maken bestaande uit allerlei organisch materiaal. De basis van het bed zijn dikke en dunne halfverteerde, dode en rotte boomstammen die op elkaar gestapeld worden. Goede boomsoorten zijn appel, els, populier, berk, wilg, den, spar,....Minder geschikt zijn ceder, walnoot, kers,... De plek tussen de stammen wordt opgevuld met organisch materiaal (compost, bladeren, aarde, stro, takjes,...) en het hele bed toegedekt met een laag compost of aarde. Daarin komen de planten en bomen die hun voedsel nu zullen halen uit de composterende boomstammen. Hoe hoger het bed (bvb. 2 meter), hoe meer voedsel voor de planten en hoe langer het bed zonder extra water kan. De hoge bedden bij de hugelkultur zijn uitermate geschikt voor terreinen die heel nat zijn. Meer info en filmpjes op deze pagina: hugelkultur en hier nog foto's

De voordelen

Werkwijze


Swale met hugelkultur wal vol eetbare planten

Hugelkultur

De groentecirkel

Hoewel het mogelijk is voldoende voedsel te verkrijgen door meerjarige wilde planten, vergeten groenten, doorlevende kruiden, zoet fruit en voedzame noten te verzamelen, toch willen de meeste mensen ook nog genieten van de courante, eenjarige groenten. Een handige en mooie manier om dit te voorzien, is het maken van een groentemandala. Deze kan perfect ingepast worden in het voedselbos, liefst op een open plekje waar veel zon en water voorhanden is. Een groentecirkel of mandala is uiteraard rond van vorm en is verdeeld in verschillende segmenten die van elkaar gescheiden zijn door wandelpaden. Het oogt niet alleen mooi, maar een groentemandala is ook een overzichtelijk en handig design wat de architectuur van de natuur nabootst (waar nergens rechte lijnen te vinden zijn). Dit is een mogelijke werkwijze:

Diverse groentecirkels

De permacultuur mandala

Een stap verder, maar gelijkaardig aan de groentecirkel, is de permacultuur mandala (Gangammaís Mandala). Hier gaan we verschillende technieken en principes uit de permacultuur combineren om een polycultuur voedseltuin te creŽren. De vorm is bij voorkeur rond, maar ook andere vormen zijn mogelijk. De diameter van de mandala is afhankelijk van de beschikbare plaats, maar zelfs in een kleine stadstuin kan dit concept toegepast worden. Wie veel plaats heeft of extra groenten wil telen als inkomstenbron, kan ook meerdere mandala's maken.
Er zijn vele voordelen.


Cirkels in cirkels

Klik de foto's om te vergroten

Sleutelgat ontwerp

Hoe werkt het?


Kippen in een dome als hulp

Ontwerpdiagram

Kippen bewerken percelen

De medicinale tuin

Onze voorouders hadden als eerste hulp altijd wel enkele geneeskrachtige planten in de huistuin staan. Voor ergere aandoeningen werd beroep gedaan op kruidengenezers, heksen/wicca, sjamanen of medicijnmannen,...die de juiste planten in de wilde natuur en bossen gingen plukken en ook tal van krachtige bereidingen en brouwsels kenden. Met de komst van de kloosters en abdijen werden de medicinale planten samengebracht op een apart perceel in de kloostertuin (herbularius) met de bedoeling de zieken te helpen (wat een werk van barmhartigheid was). De monniken hadden vaak grote kennis van kruiden omdat ze konden lezen en over veel belangrijke boekwerken en farmacopeeŽn beschikten. Ook de eerste ziekenhuizen (13e eeuw) hadden allemaal een tuin met medicinale planten en een apothekerij waar de kruiden gedroogd en verwerkt werden. Eind 1800 namen de apothekers die rol over en ook zij kweekten hun eigen kruiden.

Een eigen, unieke medicinale tuin aanleggen is zeker het overwegen waard. Sommige kruiden en geneesplanten komen uiteraard ook tussen de andere beplantingen (net zoals in een bos), denk bvb. aan brandnetel en smeerwortel. Maar men kan ook kiezen om bepaalde planten apart te kweken op een geschikt en zonnig perceel waar ze beter herkenbaar en oogstbaar zijn. Net zoals bij de groentecirkel maken we dan een handige verdeling van de grond in aparte segmenten waar dan telkens een kruid komt (met de juiste naam gelabeld). Er zijn honderden geneeskrachtige planten, sommige veilig in gebruik, andere vragen degelijke fytotherapeutische kennis en voorzichtigheid. Dit zijn enkele mogelijke geneeskruiden: salie, rozemarijn, hysop, vrouwenmantel, paardebloem, brandnetel, goudsbloem, kamille, duizendblad, venkel, anijs, bijvoet, engelwortel, alsem, bonenkruid, bieslook, look, kaasjeskruid, rode zonnehoed, guldenroede, moerasspirea, mierikswortel, munt, citroenmelisse, Sint-Janskruid, smeerwortel, valeriaan, tijm en dragon. Zie ook de floralijst en aanleg van een kruidentuin. Geneeskruiden werken zowel preventief als bij acute problemen en kunnen op verschillende manieren toegediend worden: doorheen het voedsel, als thee, tinctuur, zalf,...Zoek informatie betreffende de juiste werkwijze om de bereidingen te maken zoals bvb. via deze videoreeks. Ook cosmeticaplanten kunnen ergens een plaatsje krijgen en uiteraard de vele keukenkruiden (eventueel in een kruidenspiraal).


Medicinale kruidentuinen

Levende omheining

Heggen, hagen en houtwallen ogen niet alleen veel mooier en natuurlijker dan een betonnen schutting of prikkeldraad maar vervullen ook vele functies in een tuin of bos. Denk aan het afbakenen van percelen en perken; als omheining voor grazende dieren; een schuil- en woonplaats voor vele vogels, dieren en insecten; het breken van de wind; het zorgen voor schaduw, beschutting en bescherming; het creŽren van privacy; het vasthouden van water; het tegenhouden van erosie; het versterken van wallen en bermen en niet in het minst het aanleveren van allerlei opbrengsten zoals voedsel voor mensen en dieren, brandhout, vlechtwerkhout,...Een gordel van struiken rond en doorheen het domein creŽert overal nuttige en interessante randen en overgangen. Er is een grote keuze aan ideale haagplanten om een mooie en gevarieerde levende omheining te maken zoals vlierbes, meidoorn, wilg, hazelaar, hondsroos, sleedoorn, duindoorn, lijsterbes, winterlinde, kerspruim, mirabel, hibiscus, erwtenstruik,... Kies bij voorkeur struiken en bomen die meerdere functies vervullen en zet ook planten die bessen en voedsel leveren voor vogels en dieren. Een andere creatieve mogelijkheid is de haagplanten snoeien en leiden in bepaalde vormen zodat ze bvb. dichtgroeien als een scherm. Vooral wilgensoorten lenen zich daar goed voor omdat ze snel groeien en buigzaam zijn. De Romeinen bedachten dan weer de 'espalier' of leibomen waarbij (fruit)bomen in horizontale vorm geleid en gesnoeid worden zodat ze minder plaats innemen.


Houtwal

Wilgenscherm

Leibomen

Paddenstoelen

Zonder paddenstoelen en schimmels kan de natuurlijke kringloop in een ecosysteem niet functioneren. De paddenstoel is het vruchtlichaam van een ondergronds netwerk van draadvormige cellen, wat het mycelium wordt genoemd. Dit mycelium absorbeert organische voeding (allerlei dood materiaal) en helpt op die manier met het opruimwerk in bos en tuin. Het afbreken van dood materiaal maakt stikstof en fosfaten vrij als voedsel voor de planten. Bovendien ontwikkelen veel paddenstoelen mycorrhiza die in harmonie leven met bomen en planten en hen helpen bij de opname van water en mineralen in ruil voor suikers. Mycorrhiza is de meest wijdverspreide symbiose in het plantenrijk en voor veel planten onmisbaar voor hun voortbestaan. Als een plant geen specifieke symbiosepartner kan vinden, zal ze slecht groeien. Het toevoegen van een beetje aarde uit de natuurlijke standplaats van de plant kan hierbij helpen.
Paddenstoelen zijn niet alleen voedzaam (eiwitten, vitaminen, mineralen) maar ook lekker en gezond. Sommige soorten worden zelfs als geneesmiddel ingezet (reishi, shiitake). Om paddenstoelen te kweken is een substraat en ook broed nodig. Compost, hout en stro kunnen als voedingsbodem (substraat) dienen. Het substraat moet wel zuiver zijn want paddenstoelen nemen alle schadelijke stoffen op, dus enkel biologisch geteeld stro of onbehandeld hout van bomen uit het bos komen in aanmerking.
Hier volgen enkele tips om te kweken op hout. Het beste is om de paddenstoelenkweek in het voorjaar te starten, zo krijgt het mycelium voldoende tijd om in het hout te groeien nog voor de vriesperiode begint. Het is mogelijk verschillende soorten op dezelfde boomstammen te kweken, zo wordt de oogst ook gespreid en heb je wat variatie. Het beste hout om te gebruiken is loofhout, waarbij hardhout (beuk, eik,...) langer meegaat en meer productief is maar ook later oogst levert terwijl zachthout (populier, wilg, els, berk,...) sneller opbrengst levert maar ook vlugger opgebruikt is. In de regel is de opbrengst ongeveer 20 tot 30% van het gewicht van het houtblok, gespreid over enkele jaren. Gebruik gezond en vers hout, zo vermijd je dat het hout al gekoloniseerd is door andere schimmels. Vers hout is ook vochtig, wat een noodzaak is om het broed in te brengen. Als je oudere stammen gebruikt, dien je ze dus eerst enkele dagen te weken in water. Ideaal zijn stammen tussen een halve tot 1 meter en minimum 20 cm doorsnede, deze kleinere houtblokken raken namelijk sneller doorgroeid met mycelium. Men kan de boomstammen nu enten met paddenstoelenbroed of met sporen. Dit laatste is vrij moeilijk en mislukt vaak, maar is wel eens het proberen waard omdat het niks kost. Leg gewoon verschillende rijpe paddenstoelhoedjes op een verse stam en als je geluk hebt ontstaat er een netwerk van schimmeldraden die het hout koloniseert. Een veiliger methode met meer kans op succes is de stammen enten met deuvelbroed. Dat zijn kleine houten plugjes die met mycelium zijn doorgroeid. De werkwijze is om gaten te boren in de stam, de deuvels erin stoppen en afsluiten met bvb. bijenwas. Of men kan ook inkepingen maken en die opvullen met broed en afdekken met plastic of tape om uitdroging en aantasting te vermijden. Paddenstoelen groeien best in een vochtige en schaduwrijke omgeving waar een gelijke temperatuur heerst (optimaal 20į). Stapel de geŽnte blokken dicht op elkaar en dek ze af met loof en juten zakken tegen uitdroging. Het duurt tussen de 6 en 12 maanden voor de stammen gekoloniseerd zijn, men ziet dan wit mycelium het hout ingroeien. Nadat de blokken gekoloniseerd zijn, kun je ze rechtop in de grond graven (tot een derde van hun lengte) zodat de schimmel vocht en voeding uit de grond kan trekken en niet uitdroogt. De paddenstoelen ontwikkelen zich aan de buitenkant, vaak op de entplekken, en meestal is er meerdere keren per jaar een opbrengst te oogsten. Hou enkel de vochtigheid op peil, voor de rest is er geen onderhoud nodig. Dit zijn enkele soorten die het goed doen op houtstammen: shiitake, oesterzwam, strobbezwam, nameko, fluweelpootje, populierenleemhoed, judasoor, pruikzwam, zwavelzwam. Hier zijn een aantal teelthandleidingen te vinden: groene takken. Broed kan ofwel aangekocht worden (bvb. Mycobois) of ook zelf geteeld worden.
Uiteraard is het ook mogelijk wilde paddenstoelen te plukken in het bos (cantharel, eekhoorntjesbrood, berkenboleet,...) indien men voldoende kennis heeft om de eetbare soorten te determineren.


Shiitake's kweken

Paddenstoelen kweken op boomstammen

Vijvers en poelen

Bij de bovenstaande hoofdstukken 'Het Water' en 'Aardewerken' is al voldoende informatie te vinden over de noodzaak en voordelen van waterpartijen in bos of tuin. De belangrijkste voordelen zijn: watervoorziening voor het terrein; waterzuivering van grijs en zwart water; verhoging van de luchtvochtigheid; broed- en woonplaats voor nuttige insecten en amfibieŽn; standplaats van eetbare waterplanten; eetbare vissen als voedselbron; een plaats voor recreatie en een natuurlijke zwemvijver. Op internet en in de bibliotheek is voldoende informatie beschikbaar omtrent aanleg en het onderhoud van een natuurlijke vijver. En dit zijn enkele gratis brochures die kunnen helpen: poelen en tuinvijvers (Hyla werkgroep), kikker en co (De ecologische tuinvijver) en de amfibieŽnpoel. Hier nog enkele mooie foto's van natuurlijke vijvers ter inspiratie.

De swale

Een swale is een lange, smalle, zelfgegraven geul op de contourlijn (hoogtelijn) van een terrein en een erg nuttige verrijking en verbetering op elke site. Met een swale gaan we diverse functies combineren zoals wateropvang, windbreking, voedselberm en woonplaats voor nuttige amfibieŽn. Een swale is volledig waterpas, het opgevangen water loopt dus niet weg maar sijpelt langzaam in de bodem. De opgegraven aarde wordt opgestapeld als een berm naast de geul en wel op de laagst liggende oeverkant (probeer de grondlagen in de juiste volgorde terug te stapelen, met de bovenlaag bovenaan). Wanneer het regent wordt het water opgevangen in de geul waar het de omliggende planten van water voorziet en zorgt voor ondergrondse waterreservoirs. Planten die rond de swale staan, kunnen op die manier weken en zelfs maanden overleven zonder regen. Wanneer het hevig regent en de swale raakt vol, dan loopt hij over maar veroorzaakt daarbij geen erosie omdat hij waterpas ligt. Het overlopende water stroomt dan naar de volgende, lager gelegen swale. De wortels van de planten op en naast de berm houden alles stevig op hun plaats. Planten die veel water verkiezen, komen dichtbij de swale; planten die wat drogere grond verlangen, zetten we verder weg. Regen en wind vullen de swale langzaam met allerlei organisch materiaal waardoor de grond in de swale heel compostrijk, voedzaam en vruchtbaar wordt. Een swale kan groot of klein zijn, kan op grote terreinen of in kleine tuinen en kan gecombineerd worden met hugelkultur of bostuini eren. Om de contourlijnen van een terrein te vinden en een swale te graven die waterpas ligt (wat heel belangrijk is), zijn er verschillende technieken. Een contourlijn is een lijn die de punten op gelijke hoogte boven zeeniveau met elkaar verbindt en meestal in een gebogen patroon over het terrein loopt. Voor hoogtebepaling kunnen we een gesofisticeerd toestel gebruiken zoals een lasermeter of ook erg eenvoudige doe-het-zelf technieken zoals de A-Frame meetlat of de Bunyip watermeter. Wanneer er ruimte is voor meerdere swales, dan is de ideale afstand tussen de swales afhankelijk van de regenval. Hoe meer regen, hoe dichter ze bij elkaar kunnen liggen. Een swale graven is zeker het overwegen waard in drogere gebieden waar soms weken of maanden weinig tot geen regen valt.


Aanleg van swales

Swale opbouw

Check logs en swales verhinderen erosie
en verzamelen water

De Praktijk

If only the forest was made up entirely of food plants, how abundant it would be!
How greatly it would out-yield the wheat field!

Patrick Whitefield

Samenvatting - Enkele technieken - Zelf aan de slag - Stappenplan - Besluit

Nog even een korte samenvatting

Door de principes van een bos na te bootsen bij het ontwerpen van een (eetbare en geneeskrachtige) tuin ontstaat een natuurlijk systeem vol diversiteit, veerkracht en schoonheid. Het voedselbos vraagt weinig onderhoud en creŽert toch overvloed zonder gebruik te maken van fossiele energie, pesticiden, herbiciden, meststoffen en zonder de noodzaak van schoffelen en wieden. In een voedselbos worden een grote diversiteit aan overblijvende planten samen gezet (polycultuur) zodat ze elkaar ondersteunen en aanvullen. Bovendien helpen deze vaste planten het onkruid, ongedierte en onderhoud te minimaliseren, terwijl ze een vruchtbare grond opbouwen en een rijke verscheidenheid aan allerlei gewassen opleveren.
De grotere fruit- en notenbomen zijn de centrale planten waarrond het voedselbos wordt aangelegd. Stap na stap wordt dan het ecosysteem verder aangevuld met planten uit de andere lagen (lage bomen, struiken, kruidlaag,...). Ze dienen zo te worden geschikt en geplaatst dat ze elkaars behoeften en noden aanvullen en elkaar versterken.
In het voedselbos gebruiken we voornamelijk vaste, overblijvende planten. Vaste planten zijn inherent duurzamer omdat ze zorgen voor een permanente bodembedekking die beschermt tegen uitdroging en erosie, en verder zijn ze resistenter tegen allerlei plagen, leveren ze hogere opbrengsten en vragen minder werk. Polycultuur systemen zijn minder vatbaar voor ziekten en plagen en beter toegerust om optimaal gebruik te maken van licht, water en voedingsstoffen. Ze zorgen voor verschillende oogsten verspreid over de seizoenen, en brengen een mooie, interessante tuin tot aanschijn, vol wilde dieren, nuttige insecten en diversiteit. Het voedselbos biedt ook een uitstekende mogelijkheid om inheemse en niet gecultiveerde, wilde planten te combineren met de bekende fruitsoorten, planten en kruiden.
Het bostuin systeem houdt zichzelf in stand (zonder al te veel werk) en wordt met de jaren alleen maar vruchtbaarder en sterker:

De voordelen van een voedselbos en bostuinieren zijn duidelijk.


Dam en vijver in permacultuurbos

Swales met plantbedden en mulch

Keypoint dam en vijver (zie bij aardewerken)

Enkele technieken

Theoretische technieken

Kernwoorden als geheugensteun.

De natuur nabootsen klinkt wel eenvoudig maar een voedselbos of permacultuur tuin ontwerpen en aanplanten kan overweldigend zijn omdat er zoveel factoren meespelen en we makkelijk iets over het hoofd kunnen zien. Nochtans is het principe in wezen eenvoudig en wordt permacultuur en bostuinieren ook wel eens 'tuinieren voor luie mensen' genoemd. Want inderdaad, in feite laten we de natuur al het werk voor ons doen (en een goed ontwerp is daarbij cruciaal). Als we de natuur observeren zien we dat ze (vanzelf) systemen creŽert die duizenden en miljoenen jaren bestaan. De natuur heeft ons niet nodig om duurzame biotopen te maken (integendeel). Wanneer we die werkingen analyseren en bestuderen, dan begrijpen we de werking ervan en kunnen we ze nabootsen op onze site. Daarna is het taak bij te sturen en telkens te verbeteren zodat het systeem steeds optimaler functioneert en steeds minder werk vraagt. En hoe minder werk, hoe meer tijd om te genieten van wat je doet en ziet.
Er worden soms (Engelstalige) woorden als geheugensteun gebruikt om het stappenplan te definiŽren en te onthouden. Zoals SADIMET (Survey, Analyze, Design, Implement, Manage, Evaluate, Tweak) of CEAP (Collect site information, Evaluate the information, Apply permaculture principles, Plan a schedule of implementation, maintenance, evaluation and tweaking). Laten we deze woorden eens verder ontleden.

Andere schema's die hulp kunnen bieden bij de ontwerpfase zijn SWOC (Strenghts, Weaknesses, Opportunities, Challenges) en PASTE (Plants, Animals, Structures, Tools, Events). SWOC hoort thuis bij de fase van het Analyseren waar we de voordelen (kracht) en nadelen (zwakte) van een terrein in kaart brengen en ook bekijken wat de mogelijkheden (positieve resultaten) en obstakels (beperkingen en uitdagingen) zijn wanneer we het voedselbos zullen aanplanten (nu en in de toekomst). PASTE is een eenvoudig schema wat bij de ontwerpfase hoort. Op een document houden we bij welke planten, dieren en structuren er reeds aanwezig zijn en welke we allemaal erbij willen. En met welke middelen we dit willen bereiken (machinaal, handwerk, investeringen,...) en welke gebeurtenissen (evenementen) ons daarbij gaan helpen (workshops, seminars, oogst bijeenkomsten,...).


De methode van Sepp Holzer

Insectenhotel voor nuttige helpers

Polycultuur en diversiteit

De permacultuur principes toepassen.

De kern van permacultuur en bostuinieren is vooral goed ontwerpen en daarna bijsturen. Het toepassen van de beproefde permacultuur ontwerptechnieken om een tuin of bos vorm te geven, zorgt voor een goede start. Hieronder staan de 15 belangrijkste ontwerp principes. Dit is als het ware de basis. Deze basis wordt in alle permacultuur cursussen gedetailleerd onderwezen en bestudeerd. Het is een verkorte samenvatting, meer uitleg vind je onder meer in bovenstaande tekst. De 3 ethische principes kennen we al: zorg dragen voor de Aarde, zorg dragen voor de mens en het verminderen van de consumptie en ecologische voetafdruk zodat er overvloed ontstaat die gedeeld kan worden met iedereen.

Praktische technieken.

Er zijn verschillende manieren om een voedselbos op te starten en zo te beginnen met een of andere vorm met bostuinieren. Hier bespreken we er twee. Alles hangt af van de (grootte) van de site, de persoonlijke verlangens en de beschikbare mogelijkheden. De vele bestaande methodes zijn ook perfect te combineren.

Methode 1: de successie versnellen en sturen.

Wanneer we natuurlijke landschappen in een gematigde klimaatzone gedurende lange tijd observeren (zonder in te grijpen), dan zien we een evolutie (successie) in de begroeiing van het terrein doorheen de tijd (en die verloopt meestal van braakliggende grond in het begin naar dichtbegroeid bos op het einde). We kunnen deze eigenschap van de natuur gaan nabootsen en versnellen met de bedoeling een voedselbos te laten groeien op open grond. De beginfase (de eerste successiefase met grasland, onkruiden en pioniersplanten) alsook de eindfase (de laatste successiefase met dicht begroeid bos en grote volwassen bomen die veel schaduw geven) zijn minder interessant. We focussen op de middensuccessie (de ruigtekruidenvegetatie fase) en proberen die zo lang mogelijk aan te houden. Een middensuccessie ziet er een beetje uit als een savanne, een licht bebost terrein, namelijk een landschapsmozaÔek met open plaatsen, struikgewassen, verspreide groepjes bomen en bodembedekkers.
Planten hebben voeding nodig en die vinden ze in de bodem. Een gezonde bodem is zonder twijfel de basis voor een vruchtbaar en productief systeem en daar zorgt een bos zelf voor. Een natuurlijk bos groeit namelijk op de resten van het telkens afstervende bos wat in de vorm van bladafval, dode takken, afgestorven planten en omgevallen bomen op de grond composteert.
Deze eerste methode bestaat er dan ook in om (ten eerste) de grond te voeden, te mineraliseren en te herstellen, om (ten tweede) de successie snel tot in de middenfase te brengen door pioniersplanten te zetten en om (ten derde) die productieve middenfase aan te houden. We kunnen dit soort voedselbos creŽren in 5 fasen die elkaar overlappen. Als voorbeeld nemen we een braakliggend terrein van 1000 m2.

De 5 fasen volgen elkaar niet perse lineair op, maar lopen door elkaar. De planten uit de 4 eerste fasen worden telkens geknot en gemulchd (chop & drop) ten behoeve van de productieplanten (voedsel, geneesmiddel, brandhout,...). Ze groeien ieder jaar terug en zijn op die manier een langdurige bron van gratis mulch. Bij het maaien, kappen en knotten der planten dienen niet alleen de bladeren en takken als mulch en voeding, maar ook hun wortels leveren voedingsstoffen omdat de planten bij het flink terugsnoeien een deel der wortels (en bodemorganismen) verliezen, wat dan voedsel wordt voor de fruitbomen. In dit systeem onderscheiden we dus de ondersteunende soorten die snel groeien en gedurende de eerste jaren (fasen) tot 90% van de vegetatie uitmaken terwijl de productiesoorten dan slechts 10% van het geheel uitmaken. Gedurende de climaxperiode in de middensuccessie is dit net omgekeerd, dan staan er hoofdzakelijk productiesoorten op een zeer voedzame bodem en zijn de ondersteunende planten fel verminderd.

Methode 2: werken rond een centraal perceel.

Een tweede methode is het voedselbos opbouwen rond een bepaald perceel of biotoop en dan stap voor stap uitbreiden. Een swale is bvb. een ideale plaats om te beginnen. Een swale is een lange geul, een zelfgemaakte beek die wordt uitgegraven op de contourlijn van een terrein. De opgegraven grond wordt naast de swale opgehoopt en vormt een berm (men kan hier ook de hugelkultur techniek toepassen). Op en naast de berm komen dan de eerste planten (groenbemesters, mulchplanten, stikstof inbrengende planten, bessen, bomen, fruitbomen,...). Deze verstevigen de berm met hun wortels en vormen het begin van het voedselbos. De planten hebben altijd voldoende water dankzij de swale terwijl de berm met de planten ook een goed windscherm vormt om gevoelige planten te beschutten. Eenmaal dit systeem (swale + bermplanten) goed functioneert, kunnen we telkens percelen en microklimaten toevoegen en het beginnend voedselbos uitbreiden. De swale bevloeit ook lager gelegen gebieden (door insijpeling en ondergrondse verplaatsing van het water) waardoor nog veel andere planten bewaterd worden. Nieuwe swales kunnen gegraven worden op de volgende contourlijnen van het terrein waardoor het voedselbos steeds groter en diverser wordt.
Nog andere percelen kunnen als vertrekpunt gekozen worden om een voedselbos te maken. Denk bvb. aan een bestaande boomgaard waar we eerst ondersteunende planten toevoegen (mulch-, nectar- en insectenwerende planten) en dan structuur aanbrengen door nieuwe lagen toe te voegen (bessen, kruidlaag, bodembedekkers,...).

En nu: zelf aan de slag!

Alles begint met een idee, een droom, een verlangen, een mentaal plan. Denk goed na over wat je precies wilt doen en tref dan de nodige voorbereidingen (studie) die zullen helpen bij de uitvoering van de plannen (workshops volgen, cursussen, boeken, video's, internet,...). Bepaal de grootte van het voedselbos afhankelijk van het beschikbare budget, de tijd en de eventuele hulp. Maak desnoods een businessplan. Hoe groter het bos, hoe meer tijd en geld er nodig is (zeker tijdens de eerste 5 tot 10 jaar). Zie het voedselbos als een meerjarenplan. Werk in fasen, spreid de aankopen en aanplantingen, doe ieder seizoen iets, maar bekijk het project op lange termijn. Investeer in het project (met geld, planten, zaden, tijd, werk, machines, materiaal,...). De investeringen zullen zich na enkele jaren meervoudig terugbetalen. Door voldoende te investeren, neemt het bos een goede start en zal het na 10 jaar een ongeziene overvloed kunnen geven. Zie de investering als een soort verzekering of pensioen voor de toekomst, een investering die vrijheid, autonomie, gezondheid, gevarieerde voeding, ruilmiddel, schoonheid en nog veel meer zal opleveren.

Zoek een geschikte plaats waar je doorlevende planten kunt zetten die er dus langere tijd zullen blijven staan. De oppervlakte doet er minder toe, voldoende zon en water zijn belangrijker. Ook op een klein terrein kun je al heel wat planten combineren, zoals dit filmpje toont. Een slim ontwerp en verticaal tuinieren laten toe de ruimte maximaal te benutten. Als je meer terrein ter beschikking hebt, kun je toewerken naar een heus voedselbos in 7 lagen (dit duurt wel vele jaren). Indien niet, begin dan met 3 of 4 lagen, dit kan in iedere tuin. Bedoeling is de beschikbare ruimte maximaal te benutten door een 3 dimensionale tuin te ontwerpen rekening houdend met de successie (evolutie). Ook als je huurt of enkel een terras hebt, kun je al bessen en groenten in potten kweken.

Ieder voedselbos is uniek omdat ieder terrein en iedere locatie uniek zijn. Als het terrein braak ligt of een groot grasveld is, begin dan met een klein perkje te beplanten en zaai de rest in met groenbemesters (luzerne bvb.), bodembedekkers en kruiden. Dit zal de bodem voeden en losser maken in afwachting van de nieuwe beplantingen. Neem dan telkens een volgend stuk in gebruik. Prioriteit nummer 1 tijdens de beginfase is de opbouw en het herstel van de bodem, maak je nog niet teveel zorgen over de opbrengstplanten. Gebruik groenbemesters en mulchtechnieken om de bodem gezond en vruchtbaar te krijgen. De eerste jaren leveren de meerjarigen in het bos dus niet veel op, maar in de tussentijd kun je wel al opbrengsten verwerven door makkelijke eenjarigen te zetten (aardappel, aardpeer, bonen, pompoen, courgette, enz...). Blijf ondertussen de bodem verbeteren door stikstofbinders en dynamische accumulatoren te zaaien en te planten (smeerwortel, bernagie, duizendblad, brandnetel,...) en de chop & drop techniek toe te passen. Dit zal de eerste 10 jaar een hoofdbezigheid blijven. Zet ondertussen stap voor stap en geleidelijk aan je favoriete opbrengstbomen en -struiken op het terrein.

Onderzoek de aanwezige structuren en biotoopjes op het terrein en behoud de stukken die waardevol en mooi zijn. Een andere techniek om een braakliggend terrein te ontdoen van grassen en onkruid is een wachtjaar inlassen en zwart worteldoek of tapijten op de grond te leggen. Tijdens dit wachtjaar kun je alvast zelf en vooraf de planten opkweken uit zaad.
Als het terrein reeds begroeid is met struiken en bomen of zelfs een heus bos is, bekijk dan eerst goed wat kan blijven en wat vervangen kan worden. Probeer aanwezige struiken en bomen te integreren in het voedselbos. Maak open plaatsen door een boom te rooien en te vermulchen (want een dichtbegroeid bos is niet zo productief). Niches voor gewenste gewassen kunnen ook heel goed aan de bosranden komen want daar is veel licht en een voedzame bosbodem en veel soorten zijn hieraan aangepast (bessen,...). CreŽer diverse productieve mini ecosysteempjes en integreer ze in het geheel.

Observeer het terrein een tijdje en analyseer de site. Volgende elementen zijn cruciaal en vragen gedetailleerd onderzoek: de wind, de zon, het water, de bodem, het klimaat, de ligging, het reliŽf, de vegetatie, de dieren, de paden en wegen,... Maak daarna een ontwerpplan door het terrein te verdelen in zones, sectoren, microklimaten en functionele onderdelen (zoals gebouwen, vijvers,...). Hou rekening met je mogelijkheden, je wensen en het beschikbare terrein. Enkele vragen: wat wil je precies, wat is er al aanwezig, welke grondsoort (ph), je favoriete planten, waar is er zon en schaduw, waar is er water en droogte, hoe waait de overheersende wind, welke planten doen het goed in deze streek, waar is de beste plek voor mijn planten, enz... Een goed doordacht ontwerp vooraf is een onmisbare hulp om een succesvol voedselbos te creŽren (zie bij 'Het Ontwerp'). Meestal beginnen we het eerst met de waterwerken en aardewerken te ontwerpen omdat dit drastische ingrepen zijn die het toekomstige bos zullen vormgeven. Waar zetten we de swales, de vijvers, de dammen, de hugelkulturbedden, de groentecirkels,...? Bekijk de helling en het reliŽf op het terrein en teken de contourlijnen uit op het plan (en ook ter plaatse). Gebruik (bij een hellend terrein) de zwaartekracht om het water te verplaatsen over het terrein. De meeste waterwerken en voedselbermen komen langs de contourlijnen (hoogtelijnen). Onderzoek de aanwezige energieŽn (sectoren) op het terrein en integreer hun positieve aspecten en verminder hun negatieve aspecten. Voorzie voldoende wandel- en werkpaden zodat de voedselbedden nooit plat getrapt worden. Grasperken zijn mogelijk, maar niet in het bos, want gras is vooral bacteriedominant, terwijl we eigenlijk een fungi-dominante bodem willen. Teken het plantgoed uit op het ontwerp, begin met de grote bomen (teken ze als grote cirkels) en vul dan aan met de kleinere cirkels (lage bomen, struiken, kruiden,...). Hou rekening met successie en de uiteindelijke grootte van volwassen bomen, geef ze voldoende groeiruimte. Er kan heel veel tijd kruipen in het maken van een goed ontwerp op papier (omdat er zoveel factoren belangrijk zijn), maar overdrijf niet. Een perfect ontwerp bestaat niet omdat de natuur een levend organisme is. Op een dag gewoon beginnen met het project in de praktijk, is de beste manier om ervaring op te doen (zelfs als het ontwerp nog niet helemaal perfect is).


Randen zijn rijke biotopen

Terrassen en hellingen

Markeer het ontwerp op het terrein

Afhankelijk van de grootte van het terrein, kies je de startplanten waarmee je het voedselbos begint. Dit zijn bijna altijd fruitbomen waarrond dan de bessen, struiken, kruiden en andere planten zullen komen. Vermijd gras rond de fruitbomen want dit neemt het voedsel voor de bomen weg. Maai het gras telkens af en laat het liggen als mulch. En zet liever ondersteunende planten die voedsel aanleveren (smeerwortel) of bijen lokken. Als je veel plaats hebt, kies je hoogstam fruitbomen. Een hoogstam heeft al snel een oppervlakte van 100 m2 nodig, maar heeft ook een veel hogere productie en een langere levensduur (100 jaar en meer). Heb je minder plaats dan zijn laag- of middenstammen en dwergvariŽteiten aangewezen.
Ontwerp groot maar begin klein en simpel zodat je overzicht bewaart en tijd hebt om de ontwikkelingen te observeren. Begin bvb. met 2 of 3 fruitbomen en hun respectieve metgezelplanten (gilden) als kern. Werk van daaruit verder aan het voedselbos door telkens verschillende habitats, perken en biotoopjes te creŽren die als een mozaÔek in elkaar overgaan. Net zoals in een bos. Observeer waar de beste plaatsen zijn voor de diverse perken en percelen (bvb. groentemandala, kruidenspiraal, hugelkultur bedden, boomgaard, vijver, hagen,...). Hou rekening met de zones bij het ontwerpen en aanplanten. Zet planten die dagelijkse zorg behoeven of regelmatig geoogst worden dicht bij het huis. Zonering betekent ook de juiste planten op de best mogelijke plaats zetten. Zet bvb. waterminnende planten op het natste perceel of dicht bij water. Probeer een maximale en brede bosrand te creŽren (van hoog naar laag) waar zoveel mogelijk planten profiteren van de lichtinval. Probeer zoveel mogelijk natuurlijke vormen na te bootsen (begroeiingpatroon in lapjes bvb.) maar wees ook creatief (mandala's en spiralen). Hou zeker ook plaats vrij voor eenjarige groenten (zet ze bvb. samen in een permacultuur mandala) want de meeste mensen lusten ook nog de courante groenten zoals tomaten, broccoli, komkommer,...Hoewel we met het voedselbos hoofdzakelijk focussen op meerjarige, vaste planten, verdienen de eenjarigen zeker een plaatsje. Vooral tijdens de eerste jaren, wanneer de bomen en bessen nog niks opbrengen, zijn eetbare eenjarigen een ideale en welgekomen voedselbron.

Maak lijstjes van de planten die in de gilden komen rond de centrale boom. Een typische gilde bevat meestal allerlei gunstige planten die de hoofdboom of struik ondersteunen, zoals stikstof aanvoeren, bijen lokken, de bodem bedekken, mulch aanmaken, schadelijke insecten weren, enz. Het kan ook goed zijn om een apart perceeltje te voorzien om de gildeplanten te kweken en te vermeerderen gezien ze vaak gebruikt worden. In afwachting dat de bomen en struiken volgroeid zijn en opbrengst leveren (wat soms enkele jaren duurt) en dan ook alles overschaduwen, kunnen voorteelten en tussenteelten gezet worden rond de bomen: doorlevende en eenjarige groenten, wilde planten, bessen, kruiden,... Zo wordt de beschikbare ruimte en tijd optimaal benut.
Voorzie voldoende plantafstand, zodat de planten kunnen groeien. Te dicht planten kan schimmelziekten veroorzaken en versnelt de evolutie van het bos naar de eindsuccessie, terwijl we eigenlijk zolang mogelijk in de middenfase van een bos willen blijven. Door (bomen) verder uit elkaar te planten dan normaal (breder dan de maximale kruindiameter) vertragen we het dichtgroeien van het bos en scheppen we meer lichtinval voor de ondergroei. Men kan ook bewust te dicht planten en later (de zwakkere exemplaren) uitdunnen. Wissel af met een vijver, poel, dam, rotsen, een omgevallen boomstam, open plekjes,... Die zorgen voor allerlei bodemleven, aanvoer van water, variatie en nuttige insecten en dieren. De open plaatsen op het terrein zijn ideaal voor zonneminnende soorten, groenten en kruiden. CreŽer zonnecirkels die warmte en zonlicht opvangen en opslaan zodat bijzondere en beschermde biotopen ontstaan waar zelfs tropische planten kunnen groeien. Dit kan door de hoge bomen aan de noordzijde te plaatsen en telkens de lagen te verkleinen naarmate men naar het zuiden opschuift. Of plant de bomen in een halve cirkel gericht op het zuiden. Op een plaats net voor de bomen komt dan een vijver die het zonlicht weerkaatst en zo alles opwarmt.
De randen tussen de verschillende biotopen (vijver, rotsen, haag,..) zijn altijd de meest interessante plekjes van het bos vol leven en diversiteit. Als je een beperkt budget hebt, kun je de grote (en duurdere) notelaars en fruitbomen weglaten en beginnen met de bessenstruiken en wilde planten. Deze zijn niet alleen goedkoper, maar ook makkelijk te vermeerderen of in de vrije natuur te vinden. Bedenk dat je de investering in plantgoed slechts eenmaal hoeft te doen. In tegenstelling tot de eenjarige groenten uit de courante moestuin die ieder jaar opnieuw veel werk, tijd en geld vragen. Wanneer je dan eenmaal wat basisplanten hebt, kun je die makkelijk vermeerderen door telkens zaaigoed te oogsten, stekken te nemen en te enten. Enten is helemaal niet zo moeilijk, hier zijn enkele infopagina's over hoe te enten: houtwal, boomgaardenstichting en hoogstamboomgaard. Bostuinieren is dan ook uitstekend te combineren met een kleinschalige plantenkwekerij. Dit kan, naast voedsel, ook een bijkomende inkomstenbron zijn. Bessenstruiken zijn vlot te vermeerderen door stekken te nemen, fruitbomen door te enten op specifieke onderstammen en zaaigoed door het zaad te oogsten.
Plant vooral dingen die je graag eet, die makkelijk te telen zijn en die overblijvend zijn. Dit zijn enkele voorbeelden van eetbare en makkelijk te telen planten: aardpeer, tomatillo, goudbes, ananaskers, zeekool, bosaardbei, tuinmelde, kool, lookfamilie, Chinese yam, snijbiet, smeerwortel, brave hendrik, citroenmelisse, munt, brandnetel, paardebloem, weegbree, kleefkruid, witte dovenetel, hondsdraf, engelwortel, klaver, zevenblad, kaasjeskruid, Oost Indische kers, asperge, artisjok, venkel, rabarber, Indiaanse aardappel, Indische spinazie, nine star broccoli, eeuwige moes, boerenkool, aardkastanje, zoete aardappel, oca, yacon, wilde komkommer,... Plant ook extra bomen en planten als ondersteunende soorten, brandhout, mulchplanten,...

Het uitvoeren van graafwerken kan een serieuze en dure onderneming lijken, maar deze investering (qua geld en tijd) dient slechts 1 keer te gebeuren en verdienen we heel snel terug. De graafwerken zijn uiteraard afhankelijk van de grootte van het terrein. Maar ook in een kleine huistuin kun je voor een waterpartij zorgen. Swales zijn alvast een must en elke tuin kan er voordeel uit halen. Het gaat erom het landschap zo te modelleren dat er optimale, autonoom functionerende en wederzijds bevruchtende systemen ontstaan. Zelfs bij een licht glooiend terrein kun je de zwaartekracht gebruiken om water te verplaatsen over het land. Zo hoef je geen pompen aan te schaffen. Een hoger gelegen dam of poel zorgt zo voor de waterbevoorrading van het hele terrein. Enkele vijvers en swales op de juiste plaatsen zorgen voor een weelderige plantengroei, brengen ten allen tijde voldoende en gratis water voor het hele bos en zorgen voor schoonheid, diversiteit en ontspanningsmogelijkheden. Men kan ook beginnen met 1 vijver en 1 dam en later ook extra swales en poelen bijvoegen. Zo bouwen we geleidelijk aan een zelfvoorzienend systeem. Het voedselbos kunnen we dan ontwerpen gespreid rond de waterpartijen.

Wanneer we de plaats goed onderzocht hebben, dan kunnen we beginnen met de plantselectie. Dit is heel belangrijk bij bostuinieren aangezien de planten uit de verschillende lagen een onderling verbonden ecosysteem zullen vormen. In een voedselbos kiezen we bij voorkeur oude rassen en variŽteiten en botanische soorten (heirloom). Deze zijn niet alleen sterker, resistenter, productiever en smaakvoller maar op die manier vergroten we ook de biodiversiteit en de voorraad in de zadenbanken, want de heirloom rassen geven ook zelf opnieuw zaad (in tegenstelling tot de terminator zaden of hybride rassen). Een combinatie van inheemse soorten en exoten is aangewezen, want verhoogt in belangrijke mate de voedseldiversiteit. Kies ook fruitrassen met verschillende oogsttijden en bewaartijden, zodat de opbrengst gespreid wordt over de seizoenen. Uit de vele mogelijke planten kiezen we ook de soorten die meerdere nuttige functies tegelijk vervullen (bvb. voedselbron, mulchmateriaal, mineralen aanbrengen,...) en die geschikt en aangepast zijn aan de klimaatzone en grondsoort waar het bos komt. Een goede methode is om te observeren welke planten van nature opkomen op een bepaalde plaats en indien ze ongewenst zijn ze dan te vervangen door een andere (en nuttiger) plant uit dezelfde familie.


Planten en waterwerken komen op de contourlijnen

Groenbemesters (tussen de jonge fruitbomen) voeden de bodem

Aardewerken in volle gang

Zoals gezegd zijn er 7 lagen in het voedselbos, onder te verdelen in 3 hoofdlagen: de bomen, de struiken en de kruidlaag. De bedoeling is deze lagen samen te laten groeien zodat ze elkaar voeden, beschermen, ondersteunen en mulchen.
De fruitbomen zijn vaak het middelpunt van het voedselbos. Neem voldoende tijd om de juiste bomen en planten uit te kiezen. Er zijn zelfbestuivers (1 boom is voldoende) en kruisbestuivers (die andere fruitbomen nodig hebben om vruchten te dragen). De keuze zal verschillen naargelang de klimaatzone, grondsoort en aanwezige temperaturen. Plant levende omheiningen van eetbare struiken bij de fruitbomen om ze te beschermen tegen wind en vorst. Bostuinieren vereist zeer specifieke bomen en struiken, die allemaal doorlevend zijn en ten minste 3 verschillende functies zullen uitoefenen: eetbaar zijn, stikstof binden en nuttige insecten aantrekken (zonder bijen geen fruit). Zo bouw je een sterk, veerkrachtig en nuttig ecosysteem. Maak lijsten van bomen en planten die geschikt zijn en die het goed doen in de klimaatzone waar je woont ťn die je graag lust. Raadpleeg daarvoor internet (zie linkjes onderaan), bibliotheken, tuincentra, boomkwekerijen of de florapagina en pfaf. Een lijst bevat bvb. 1 tot 2 fruitbomen (hoog- of laagstam), 3 inheemse bessenstruiken, 3 tot 4 doorlevende groenten en 4 tot 5 doorlevende kruiden. Deze planten vormen een eerste cluster (van 3 lagen) binnen het voedselbos. Zo bouw je verder en voeg je gilden en clusters en lagen toe.
Na de fruitbomen is de tweede basislaag dus de struiklaag. Deze bestaat vooral uit allerlei kleinfruit en bessen. Er zijn honderden soorten beschikbaar. Kies een drietal inheemse soorten uit en plant er een aantal van elke soort op voldoende afstand rond de centrale boom. Tenslotte komen we bij onderste kruidlaag. Hier komen de doorlevende groenten, vaste kruiden en overblijvende planten. Selecteer een vier tot vijftal groentesoorten en plant ze tussen de bessenstruiken. Het mooie aan doorlevende planten is dat ze ieder jaar groter en sterker worden en/of zichzelf uitzaaien en vanzelf terugkomen. En daardoor nemen ze veel werk van ons over, zoals de grond verbeteren, voedsel en mulch aanbrengen, woonplaatsen voor dieren creŽren, bomenwortels isoleren, insecten aantrekken, en nog veel meer. Bestaan er dan zoveel doorlevende groenten? Toch wel, Eric Toensmeier heeft er zelfs een volledig boek aan gewijd: Perennial Vegetables. Op deze site staan er wat verzameld. De smaak van doorlevende groenten is anders dan de courante, eenjarige groenten, maar ze zijn veel rijker aan voedingsstoffen en krachtiger van smaak. Kies nog een vijftal kruiden uit de vele bestaande soorten en plant ze tussen de groenten en bessen. Veel kruiden zijn niet alleen eetbaar of ideaal als smaakmaker maar ook geneeskrachtig en echte bijenlokkers (tijm, salie, rozemarijn, peterselie, munt,...). Zet tenslotte nog enkele dynamische accumulatoren die extra voedsel zullen aanbrengen voor de gilde (de toppers zijn smeerwortel, bernagie, duizendblad,...).

Wanneer de lijstjes met bomen, bessen, groenten en kruiden klaar zijn, kunnen ze besteld en aangekocht worden. Vraag raad aan de boomkweker betreffende plantkeuze, ideale plantafstand, plantmethode, eventuele ziekten en plagen, enz. Men kan ook planten en zaden ruilen, bvb. bij De Nationale Proeftuin en Spullen Delen. Hou rekening met voldoende plantafstand tussen de verschillende bomen en planten, zodat ze kunnen groeien en voldoende voedsel en zonlicht kunnen opnemen, ook in de volgende jaren. Veel zon betekent veel fruit en veel planten hebben 8 uur zon nodig om goede opbrengsten te leveren, plant dus niet te dicht op elkaar.
Nogmaals: een belangrijk aspect welke de nodige aandacht vereist, is het (vooraf) ontwerpen van een slim en doordacht plan. Want eenmaal de planten in de grond zitten, begint het bos te groeien en is het aanbrengen van ingrijpende verbeteringen lastiger. Een goed plan ontwerpen kan tijd vragen, want veel factoren spelen een rol. Zoals de plantkeuze, de ideale standplaats, de wisselwerking tussen de planten, de kwaliteit der grondsoort, de waterbewegingen, zon en schaduw,...Een permacultuur cursus volgen kan hier nuttig zijn (zie verder). Een voedselbos aangeplant volgens een goed doordacht ontwerp zal snel floreren, autonoom worden en hoge opbrengsten leveren. Om het gemaakte ontwerp uiteindelijk over te brengen op het terrein, kun je de plaats der bomen en grote struiken eerst met stenen of bamboe markeren en de waterwerken en swales uittekenen op de grond met takken, zodat je een globaal beeld krijgt van de bostuin en waar zon en schaduw valt. Herschik de stenen of markeringspunten totdat het goed voelt (en laat zeker ook je intuÔtie spreken en communiceer met de plaats).
Het is ook mogelijk een (voedsel)bos te creŽren door de natuur gewoon haar gang te laten gaan gedurende vele jaren. Maar ons project bestaat erin de natuurlijke successie te versnellen, onze favoriete bomen en planten samen te zetten en de bodem te versterken zodat we een duurzaam ecosysteem krijgen.

Als het ontwerp goed voelt en de planten zijn gekozen of aangeschaft, dan begint het fysieke werk. Het graven van vijvers en swales kan ofwel met machines ofwel met hulp van vrienden. Het kan ook nodig zijn de grond eerst klaar te maken. Kippen of varkens zijn een ideale hulp om een terrein voor te bereiden. Ze maken de grond los, eten de schadelijke insecten op, woelen het onkruid weg en bemesten de grond. Na de doortocht van de kippen, kan ook nog een groenbemester of bodembedekker gezaaid worden en de bomen op hun plaats komen. Om de planten een boost te geven, kun je ook wat compost in het plantgat doen en de bodem daarna bedekken met mulch. Nog meer planttips. De planten die je koopt en verplant zijn meestal in shock en stress. Neem alle voorzorgen in acht om het verplanten correct en gunstig te laten verlopen, om zo het afsterven van dure fruitbomen te vermijden. Afhankelijk van de omgeving en locatie kan het ook nodig zijn de jonge bomen en planten te beschermen tegen vraat door dieren of insectenplagen.

Probeer allerlei microklimaten, speciale biotopen, perken en bijzondere percelen te creŽren die variatie en diversiteit brengen en de kracht van het ecosysteem verhogen. Integreer en combineer deze ecosystemen in het bos en zoek de meest geschikte plaats om ze aan te planten. Microklimaten kunnen dus gemaakt worden door ze aan te planten maar ook door 'verstorende' ingrepen zoals chop & drop (maaien en laten liggen), het selectief uitdunnen van planten en het omhakken en knotten van bomen waarbij het organisch materiaal gemulchd of gecomposteerd wordt. De mulch zal de nutriŽntencyclussen versnellen waardoor de bodem snel verbetert en er nieuwe microklimaten ontstaan en nieuwe planten komen groeien. Want, zoals we ondertussen wel begrijpen, is voortdurend mulchen de beste manier om een losse, sterke, vruchtbare en voedzame bodem te maken. In het bos zetten we dus ook bomen en planten die we regelmatig snoeien en knotten om de bodem te kunnen voeden met mulch. Chop & drop levert niet alleen (voortdurend en gratis) voedsel voor de productieve soorten en voor het voedselbos, maar brengt ook meer licht in het bos of op het perceel, waardoor de nuttige planten beter groeien en zich uitbreiden.
Het bevoordelen en tegenwerken van planten en soorten is een beproefde techniek om de successie (evolutie) in het bos te sturen. Geef planten die je wenst meer zon en ruimte en chop & drop de planten die je niet wenst. Minimaliseer de aanwezigheid van ongewenste planten van in het begin. Stuur de successie zodat de gewenste planten floreren en de invasieve soorten geen kans krijgen. Bovendien, in een voedselbos waar de meeste gewassen eetbaar zijn, is het uitdunnen en snoeien van planten tegelijkertijd ook oogsten en opbrengst verzamelen. Observeer welke planten op welke plaatsen makkelijk groeien en probeer juiste combinaties te vinden zodat er samenwerking ontstaat in plaats van competitie tussen de planten en soorten. Competitie wordt aangepakt en verhindert door tekorten te voorkomen (zoals nutriŽnten, zonlicht, water); sterk invasieve planten te weren (wortelbarriŤres bij muntsoorten bvb.); bodembedekkers te planten; te mulchen; brandnetelgier te sproeien en ongewenste planten te maaien. Streef naar zelfvernieuwende vruchtbaarheid en optimale waterinfiltratie door diepwortelende planten te zetten (die de onderste bodemlagen bereiken) en een gezond bodemvoedselweb te creŽren (via mulchen en bodembedekkers). Probeer het bos in een fase van midden tot laatsuccessie te houden, dit is een vrij open, productief en gevarieerd bos met een kruinbedekking rond de 50%.

Maak connectie met de planten en de natuur, praat met ze en dank de elementen voor hun hulp. Alles is energie en jouw dankbaarheid wordt waargenomen door de dieren- en plantenwereld en terug gespiegeld in het voedselbos. Bostuinieren gaat tenslotte over samenwerken met de natuur. Werp een steen in een vijver en zie hoe de rimpelingen uitwaaieren en dan terugkeren naar het punt van oorsprong. Zo werkt de expansieve energie van jouw dankbaarheid en keert naar je terug via het voedselbos. Durf experimenteren, probeer dingen uit. Leg de boeken aan de kant, zet YouTube uit en begin te luisteren naar de natuur. Er bestaat geen ideale en perfecte manier om een voedselbos te creŽren. Iedereen heeft zijn eigen manier. Gebruik je intuÔtie en leer van de natuur en de fouten die je hoe dan ook maakt.
Nadat je een eerste 4 lagen lijst hebt geplant (hoge en lage bomen, struiken, kruidlaag), kun je deze procedure zo vaak herhalen als je wenst. Stap na stap wordt zo het voedselbos uitgebreid. Wanneer de 4 lagen goed aanslaan, kun je de 3 andere lagen toevoegen (klimplanten, bodembedekkers en knolgewassen).
Eenmaal het bos aangeplant is, bestaat jouw taak uit onderhoud, observatie en bijsturen waar nodig. En oogsten natuurlijk. Observatie en bijleren is een levenslang proces. Op internet zijn vele sites en forums waar tuiniers allerhande tips, trucs en ervaringen uitwisselen om zo nog betere en vruchtbare voedselbossen te creŽren. Onderhoud en management bestaat uit dagelijkse wandelingen in de tuin om de evolutie van het bos op te volgen en zo nodig in te grijpen. Elk seizoen kent zijn eigen taken (die voor een stuk gelijklopen met de taken bij het ecologisch tuinieren). Want er is altijd wel wat te doen op vlak van: zaaien, verplanten en vermeerderen; (groen)bemesting en bewatering; mulchen en mulchmateriaal verzamelen; wieden; snoeien en uitdunnen; ziekten en plagen aanpakken; schadelijke en nuttige insecten monitoren of oogsten. Naarmate het bos in de loop der jaren groeit en volwassen wordt, zal ook het werk minder worden (behalve het oogsten). Het wordt een levend, zichzelf onderhoudend ecosysteem waar vanzelf en op natuurlijke wijze een rijke variatie aan opbrengsten groeit.


Kernwoorden en doelen bij bostuinieren

Kippen starten het voedselbos

Korte samenvatting stappenplan - (niet noodzakelijk in onderstaande volgorde)

De start.

Het ontwerp. Voorbereiding en uitvoering. Management.


Sheetmulching

Zaytuna Farm ontwerp (klik om te vergroten)

Swales en mulchbedden

Besluit

In een tijdperk waar lucht, water, aarde en bossen op grote schaal vervuild, vergiftigd, vernietigd en verspild worden, zijn nieuwe denkwijzen en duurzame oplossingen dringend nodig willen we deze mooie Aarde terug tot paradijs maken en de mensheid nog een toekomst geven. Een vernietigend systeem (globalisme, geld/groei-economie, consumentisme) heeft momenteel de wereld in haar ban waardoor we onze verbinding met de Aarde en haar helende natuur verliezen. De gemiddelde Westerse mens weet al lang niet meer waar zijn voedsel vandaan komt, wat gezonde voeding precies is, hoeveel chemie er in het drinkwater zit, wat er in de lucht gesproeid wordt, wat er op het land gestrooid wordt, hoe te leven zonder medicatie en vaccinatie, hoe voor zichzelf te zorgen en gelukkig te zijn zonder technologie en geld,... De gemiddelde mens geeft zijn kracht en zelfbeschikkingsrecht weg aan de overheid, aan de kerk of aan de dokter die op hun beurt slechts marionetten zijn in de handen van 'rijk en machtig'.
De snelle en wereldwijde opkomst en doorbraak van permacultuur en zelfvoorziening wijzen evenwel op een kentering en paradigmaverschuiving. Steeds meer mensen nemen de verantwoordelijkheid voor hun leven terug in eigen handen en helpen door hun nieuwe keuzes mee aan de geboorte van een andere maatschappij waar ecologie en samenwerking belangrijk zijn. De vele transitie initiatieven zijn de voorbodes van wat soms genoemd wordt 'de Terugkeer naar het Leven' of 'De Grote Ommekeer'. We verlaten de individualistische industriŽle groeimaatschappij en creŽren een duurzame deel- en schenk samenleving.
Bostuinieren en permacultuur zijn de ultieme oplossingen die in staat zijn iedere wereldbewoner ruim te voorzien in alle basisbehoeften zonder de Aarde uit te putten of te vernietigen, maar integendeel de Aarde daardoor zelfs te verrijken en mooier te maken. Op spiritueel vlak merken we een steeds groter loslaten der gevestigde tradities wat erop wijst dat vele mensen spiritueel volwassen worden en de misleidingen en leugens der kerkinstituten, religieuze leiders en goeroes doorzien. De enige externe bron van informatie op Aarde die 100% Waarheid/Wijsheid spiegelt en ook laat ontwaken in de ziel is de natuur. Bostuinieren is een schitterende manier om ware spiritualiteit te beleven: liefde in actie, contact met je essentie, verbinding met de Bron. Want wij allen zijn zelf moeder Aarde, gemaakt uit haar materie, gedragen door haar liefde, gevoed door haar natuur, verbonden met haar wezen. Wie contact met haar maakt, zal ontdekken wat 'de ouden' al wisten: het mysterie van het Universum en onszelf is te vinden via de schoonheid en wonderen der natuur.
Bedenk eens: moeder Aarde en vader Zon schenken ons alles wat we nodig hebben om te leven, zomaar, onvoorwaardelijk. Voeding, water, zuurstof, land, bouwmateriaal, geneeskruiden en energie. Het is allemaal overvloedig en gratis aanwezig (althans zo is het bedoeld). Wat als wij allemaal hetzelfde deden voor elkaar? Zomaar delen omdat we toch teveel hebben, samenwerken omdat dat veel leuker is en kennis/vaardigheden gratis verspreiden omdat iedereen nu dringend mag ontwaken uit de egogevangenis en de slavenhersenspoeling. Empowerment in plaats van controle. De ander waarderen, stimuleren en bekrachtigen in plaats van beperken, berispen en afhankelijk maken. Er is overvloed op Aarde (want zo zit de schepping nu eenmaal in elkaar) en die overvloed kan via bostuinieren en permacultuur makkelijk terug beschikbaar komen. Een goed ontworpen voedselbos brengt zoveel oogst dat een gezin dit nooit zelf kan opeten of verwerken. Er is meer dan genoeg van alles voor iedereen, maar niet als banken, globalisme en coŲperaties de plak zwaaien, wel als iedere tuin een voedselbos wordt, elk facet van het leven op permacultuur gestoeld is en burgers terug zelf het initiatief nemen.
Kopen/verkopen wordt vervangen door schenken/ontvangen (leave the money society). Betuttelende regeringen worden vervangen door lokaal zelfbestuur (directe democratie). Consumeren wordt vervangen door produceren (zelfvoorziening voor iedereen). Giflandbouw wordt vervangen door permacultuur (overvloed en groene paradijzen overal). Werken om te overleven wordt vervangen door (bewust) leven om je creatief te ontplooien (met vreugde en voldoening als bonus). Elkaar helpen wordt terug normaal (want samenwerken is logisch en productief). Schoonheid wordt de nieuwe graadmeter en creativiteit het nieuwe betaalmiddel. Welkom nieuwe tijd! Laten we samen een paradijs van wijsheid en liefde creŽren!

Bronnen en info

No epicure dish served at the most expensive restaurant can compare with fresh fruit, organically grown without chemicals, picked from one's garden.

Robert Hart

De permacultuur pioniers

Boeken over bostuinieren

Gratis boeken

Fruitbomen en bessen

(Heirloom) Planten en zaden

Permacultuur & voedselbos websites

Bestaande voedselbossen

Foto Pagina's

Video

Opleidingen permacultuur en bostuinieren

Rondleiding op het permacultuur educatie en demonstratie centrum van Geoff Lawton, een schitterende, zelfvoorzienende boerderij op 65 hectare.

© Rivendell Village

Bovenstaande pagina is ook beschikbaar als gratis en printbaar pdf bestand: Voedselbos (98 pag.)